NGV-Geonieuws 176 artikel 1145

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Februari 2011, jaargang 13 nr. 2 artikel 1145

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 176! Op de huidige pagina is alleen artikel 1145 te lezen.

<< Vorig artikel: 1144 | Volgend artikel: 1146 >>

1145 Heiligbeen maakte gigantisme by dino’s mogelijk
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Hoe konden de Sauropodomorpha, een taxon binnen de dinosauriërs, zich ontwikkelen tot de grootste landdieren ooit? Omstreeks 230 miljoen jaar geleden bestond deze groep voor het grootste deel uit alleseters ter grootte van een gemiddelde hond. In de loop van 80 miljoen jaar evolueerden ze tot de Sauropoda, een groep planteneters met een lange nek en met vaak reusachtige afmetingen, zoals in het geval van de bekende Apatosaurus (nog steeds beter bekend onder de wetenschappelijk achterhaalde naam Brontosaurus). Een dergelijke evolutie vereist grote aanpassingen, enerzijds van het lichaam zelf (de poten moeten immers een kolossaal gewicht dragen) alsook van het gebit (overgang van omnivoor naar herbivoor).

Gedurende de evolutie van (sommige) Sauropodomorpha tot Sauropoda ontstonden als tussenstap de Prosauropoda. Daarvan zijn slechts weinig fossielen bekend, en hoe de overgang van de Prosauropoda naar de Sauropoda verliep was dan ook nauwelijks bekend. Nu is echter een soort ‘missing link’ gevonden op een afgelegen plek in Argentinië, op een steile helling. Het kostte drie veldzomers om de resten van het skelet, dat overigens niet compleet is, van deze plek uit te graven en in zekerheid te stellen. De botten behoren toe aan een exemplaar van Leonerasaurus taquetrensis, een soort die tal van kenmerken vertoont die de evolutionaire overgang kenmerken.


Het gereconstrueerde skelet van
Leonerasaurus taquetrensis.

Het exemplaar is met zijn lengte van zo’n 2,5 m nog klein in vergelijking met de grootste sauropoden, die wel 40 m groot werden. Maar het heeft al wel een kenmerk dat bij de grote sauropoden thuishoort: een heiligbeen (de vergroeide onderste wervels van de wervelkolom) die een zeer gespierd bekkengebied mogelijk maken. Tot nu toe werd aangenomen dat de groeiende omvang van de sauropoden op den duur moet hebben geleid tot een stevig heiligbeen, maar nu blijkt dus dat het heiligbeen zich al had ontwikkeld voordat gigantisme optrad. Het lijkt daarom waarschijnlijk dat zich eerst een stevig heiligbeen moest ontwikkelen om, samen met het bekken, zodanig sterke spierstelsels mogelijk te maken dat zich grote poten konden ontwikkelen die in staat waren om een zwaar lichaam te dragen.

Ook het gebit vertoont een overgangsfase. Gigantisme vereist een grote hoeveelheid voedsel. Dat betekent dat relatief snel moet worden gegeten; daarvoor is het nodig het voedsel snel in kleine stukjes te scheuren (en door te slikken). Dat lukt niet met de primitieve bladvormige tanden van de prosauropoden; de sauropoden hebben dan ook een soort lepelvormige tanden waarmee bladeren en takken snel in stukken kunnen worden gebeten. Leonerasaurus taquetrensis blijkt ‘in de overgang’ te zitten: hij had achterin zijn bek nog wel de primitieve bladvormige tanden, maar voorin had hij al het meer geavanceerde lepelmodel. Een soortgelijke tussenfase was eerder waargenomen bij onvolgroeide exemplaren van Mussaurus, een dier dat al bijna tot de sauropoden moet worden gerekend. Kennelijk geldt dus dat eerst de voorste tanden evolueren, en daarna de tanden achterin de bek.

Referenties:
  • Pol, D., Garrido, A. & Cerda, I.A., 2011. A wew sauropodomorph dinosaur from the Early Jurassic of Patagonia and the origin and evolution of the Sauropodtype sacrum. PLoS ONE 6 (1): e14572; doi:10.1371/journal.pone.0014572.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl