NGV-Geonieuws 177 artikel 1153

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Maart 2011, jaargang 13 nr. 3 artikel 1153

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 177! Op de huidige pagina is alleen artikel 1153 te lezen.

<< Vorig artikel: 1152 | Volgend artikel: 1154 >>

1153 Dino’s leefden mogelijk nog lang in Tertiair
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Dateringen ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De algemeen aangehangen opvatting dat de niet-vliegende dinosauriërs allemaal uitstierven als gevolg van de inslag van een meteoriet op de grens van Krijt en Tertiair, is al eerder door sommige ‘recalcitrante’ onderzoekers ter discussie gesteld (zie Geonieuws 241). Deze sceptici hebben nu een nieuw argument in handen gekregen door de datering van een bot uit het dijbeen van een dino die al jaren geleden in de Ojo Alamo Sandstone in de Amerikaanse staat Nieuw Mexico is gevonden. De datering van dit bot van Alamosaurus sanjuanensis geeft een ouderdom aan van 64,8 miljoen jaar, zo’n 700.000 jaar na de inslag op de K/T-grens.


Het dino-dijbeen dat gedateerd
is al Paleoceen.

De datering stuit overigens bij de aanhangers van een plotselinge uitsterving op de nodige scepsis, omdat het gaat om een nieuw ontwikkelde dateringstechniek. Deze werd ontwikkeld om dateringen te verkrijgen die niet op andere manieren mogelijk zijn; de nieuwe techniek is inderdaad nog niet ‘bewezen’ want er zijn nog geen dateringen mee gedaan van voorwerpen die al op andere manieren zijn gedateerd. Het blijft vooralsnog dus de vraag of de nieuwe dateringstechniek echt werkt, en - zo ja - of hij voldoende nauwkeurig is.

Bij de nieuwe techniek worden kleine stukjes van het te onderzoeken fossiel (in dit geval dus een fragmentje van het dino-dijbeen) met een laserstraal verdampt. In die damp worden de hoeveelheden uranium en lood bepaald, en zo kan - op basis van de verhouding tussen deze twee elementen, en door vergelijking met de vervalreeks van uranium naar lood - de ouderdom worden bepaald. Er zitten echter wel wat haken en ogen aan deze dateringsmethode. Die bepaalt namelijk wanneer het uranium in het organische materiaal terechtkwam; normaliter is dat minder dan 1000 jaar na begraving, maar dat kan (voor een deel) ook na het afsterven van het dier gebeurd zijn, bijvoorbeeld via aanvoer van uranium-ionen door grondwater. Een dergelijke latere verandering kan zelfs diverse malen hebben plaatsgevonden, zelfs miljoenen jaren nadat het bot begraven raakte. De onderzoekers menen echter dergelijke latere ‘vervuiling’ te hebben vermeden bij de datering, doordat ze geen materiaal uit de buurt van scheurtjes hebben gebruikt.

Een ander heikel punt is de nauwkeurigheid van de datering. De onderzoekers zelf stellen die op 900.000 jaar. Dat betekent dat de K/T-grens nog binnen dit bereik ligt, en dat dus niet geheel kan worden uitgesloten dat het bot dus toch nog uit het Krijt stamt. Onderzoeksleider Jim Fassett, een gepensioneerde geoloog van de Geologische Dienst van de Verenigde Staten, meent echter dat er genoeg andere aanwijzingen zijn dat het gaat om een vondst in Paleocene sedimenten, zodat hij niet twijfelt: het bot stamt uit het Tertiair. Daarvoor verwijst hij onder meer naar de datering met behulp van pollen uit dezelfde zandsteen (zie Geonieuws 241); die datering kon echter bij latere monsters van pollen van dezelfde locatie niet worden bewezen.

Een weer heel andere vraag is of dino’s de inslag fysiek hebben kunnen overleven in een milieu waarin planten (en dus ook dieren) grotendeels ten onder gingen. Fassett wijst erop dat er ongetwijfeld vlak voor de inslag nog dino’s moeten zijn geweest die eieren legden. Ze begroeven die eieren, en mogelijk was het leefmilieu alweer voldoende hersteld toen die eieren uitkwamen. En waarom zouden dino’s niet hebben kunnen overleven op een beschermde plaats (een zogeheten refugium), bijvoorbeeld in Alaska, waarvan ook dino-vondsten bekend zijn?


Onderzoeker Larry Heaman met
een stukje van het dijbeen.

Referenties:
  • Fassett, J.E., Heaman, L.M. & Simonetti, A., 2011. Direct U-Pb dating of Cretaceous and Paleocene dinosaur bones, San Juan Basin, New Mexico. Geology 39, p. 159-162.

Foto fossiel: James Fassett (United States Geological Survey; foto Heaman: University of Alberta, Edmonton (Canada).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl