NGV-Geonieuws 177 artikel 1156

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Maart 2011, jaargang 13 nr. 3 artikel 1156

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 177! Op de huidige pagina is alleen artikel 1156 te lezen.

<< Vorig artikel: 1155 | Volgend artikel: 1157 >>

1156 Oudste zeewier gefossiliseerd in zwarte schalies
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Zwarte schalies vertegenwoordigen vrijwel altijd mariene afzettingen die zijn gevormd onder zeer zuurstofarme of zelfs zuurstofloze omstandigheden. Fossielen komen er dan ook weinig in voor, behalve als het gaat om de resten van organismen die onder zuurstofrijkere condities leefden, en die na hun afsterven naar diepere, zuurstofloze of -arme delen van de zee zijn vervoerd, hetzij door bodemstromen, hetzij via massatransport (bijv. troebelingsstromen). Eenmaal daar aangekomen, kunnen de organische restanten niet of nauwelijks verrotten vanwege het gebrek aan zuurstof, en daarom zijn dergelijke fossielen vaak goed bewaard gebleven. In de Chinese provincie Anhui zijn nu zo’n 3000 fossielen in een pakket zwarte schalie aangetroffen. De meeste fossielen lijken het best te omschrijven als zeewier. De vondst is in twee opzichten interessant.


Een van de fossielen, aan beide
zijden van een splijtvlak in het
gesteente (foto Zhe Chen).

In de eerste plaats gaat het om zeer oude fossielen: ze stammen uit het Ediacaran, het laatste deel van het Precambrium, toen er een nog steeds in veel opzichten raadselachtige fauna(?) de aarde bevolkte, die mogelijk bestond uit organismen die - tenminste voor een deel - noch tot het dierenrijk, noch tot het plantenrijk kunnen worden gerekend, en waarvan het nog steeds een punt van discussie is of huidige dieren en planten ervan afstammen of niet (zie ook Geonieuws 1007). Het in Anhui, nabij het stadje Lantian, gevonden fossiele zeewier lijkt overigens te bestaan uit ‘normale’ plantaardige organismen.

In de tweede plaats gaat het niet om ingespoeld materiaal, maar om organismen die ter plaatse moeten hebben geleefd. Dat blijkt uit het feit dat tal van de fossielen nog met wortels en al in hun ondergrond vastzitten. Dat mariene planten op een zeebodem hebben kunnen groeien onder (vrijwel) zuurstofloze omstandigheden, lijkt uitgesloten, zelfs voor het Ediacaran met zijn nog talrijke mysteries. Er zijn bovendien gefossiliseerde wormachtige dieren aangetroffen, waarvan vrijwel uitgesloten is dat ze massatransport zo ongeschonden zouden kunnen hebben overleefd; daaruit moet worden geconcludeerd dat ook zij ter plaatse hebben geleefd. Daarnaast vonden de onderzoekers organismen die zij rekenen tot 15 verschillende soorten; deze hebben complexe en raadselachtige structuren, en zouden wellicht vertegenwoordigers kunnen zijn van de Ediacara-fauna.

Een en ander betekent dat eukaryoten - de vroegste vertegenwoordigers van leven met complexe celstructuur - zich al ontwikkeld hadden toen de ijselijke omstandigheden van wat als ‘Snowball Earth’ (mogelijk beter: Slushball Earth; zie Geonieuws 1139) wordt aangeduid slechts enkele tientallen miljoenen jaren voorbij waren. Het voorkomen van in situ gefossiliseerde planten in zwarte schalies duidt erop dat de zuurstofloze omstandigheden niet continu waren: kennelijk waren er intervallen waarin genoeg zuurstof in het water aanwezig was om plantengroei mogelijk te maken. Die intervallen duurden zo kort dat ze niet in de karakteristieken van het gesteente zijn terug te vinden; anderzijds moeten ze lang genoeg geduurd hebben om de ‘kolonisatie’ van de zeebodem door planten mogelijk te maken.

Alles duidt dus op bijzondere omstandigheden. Dat blijkt ook uit het feit dat de soortenrijkdom aanzienlijk groter was dan tevoren, en dat de organismen complexer en groter waren dan hun voorgangers. Kennelijk kon het leven zich ook toen al snel aanpassen aan snel wisselende milieus, want de geochemie van de zwarte schalies duidt erop dat de omstandigheden op en in de zeebodem grotendeels giftig waren. Dat die overheersende situatie soms werden onderbroken door meer gunstige omstandigheden voor verschillende soorten planten en dieren, zou in principe geochemisch moeten kunnen worden aangetoond. Zwarte schalies hangen echter vaak samen met zeer langzame sedimentatie, waardoor eventuele sedimenten uit meer zuurstofrijke intervallen waarschijnlijk extreem dun zijn. De onderzoekers hopen daar in een vervolgstudie inzicht in te krijgen door monsters met een hoge resolutie te onderzoeken.


Mede-onderzoeker Shuhai Xiao.


Onderzoeksleider Xunlai Yuan.


Referenties:
  • Yuan, X., Chen, Z., Xiao, S. Zou, C. & Hua, H., 2011. An early Esiacaran assemblage of macroscopic and morphologically differentiated eukaryotes. Nature 470, p. 390-393.

Foto’s van het fossiel en van Xiao: Virginia Tech, Blacksburg, VI (Verenigde Staten van Amerika); foto Yuan: Geological Institute, Chinese Academy of Sciences, Beijing (China).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl