NGV-Geonieuws 177 artikel 1157

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Maart 2011, jaargang 13 nr. 3 artikel 1157

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 177! Op de huidige pagina is alleen artikel 1157 te lezen.

<< Vorig artikel: 1156 | Volgend artikel: 1158 >>

1157 De donder-opwekkende dijen van Brontomerus
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Sommige van de grootste dino’s hebben namen gekregen die refereren aan hun grote gewicht, waardoor ze bij het lopen de aarde deden beven. Minder groot, maar toch altijd nog groter dan de grootste olifanten, was Brontomerus mcintoshi, een nieuwe soort waarvan restanten zijn gevonden in de Amerikaanse staat Utah (van een volwassen exemplaar en een jong). De geslachtsnaam Brontomerus betekent ‘donderdijen’ en is gekozen omdat de gevonden skeletdelen erop wijzen dat het dier enorm gespierde poten moet hebben gehad, waardoor ook hij de aarde kon laten dreunen. De soortnaam is gekozen ter ere van John McIntosh, een natuurkundige die zijn leven lang een toegewijd amateur-paleontoloog was.


Moeder Brontomerus beschermt haar jong door
een aanvaller met een trap van haar gespierde voorpoot
weg te schoppen (illustratie Francisco Gascó).


Het heupbeen beschadigd bij het
bemonsteren (foto Mike Taylor).


Brontomerus leefde ongeveer 110 miljoen jaar geleden (Vroeg-Krijt) en was, net zoals de bekendere Diplodocus en Brachiosaurius, een sauropode, dat wil zeggen een plantenetende dino met een lange nek. Een reconstructie op basis van het gevonden materiaal geeft aan dat het volwassen exemplaar ongeveer 14 m lang moet zijn geweest, en een gewicht van 6 ton; het jong moet ongeveer 4,5 m lang zijn geweest en een gewicht hebben gehad van ongeveer 200 kg.


Het verzamelde materiaal van
Brontomerus (foto Mike Taylor).


De gevonden skeletdelen (in wit) ingepast in het complete en
in veel opzichten vergelijkbare skelet van Camarasaurus
(tekening Mike Taylor, gebruik makend van tekening van het
skelet van Camarasaurus door Scott Hartman).


Het heupbeen van het volwassen exemplaar, dat helaas beschadigd werd bij het isoleren uit het gesteente in een steengroeve, is bijzonder omdat het veel groter is dan dat van vergelijkbare dino’s. Ook is de vorm zodanig dat er zeer veel ruimte was voor de aanhechting van spieren. Op basis daarvan menen de onderzoekers dat de poten van het dier extreem gespierd moeten zijn geweest. Deze gespierde achterpoten kunnen nuttig zijn geweest bij het lopen door het ruige terrein dat destijds ter plaatse aanwezig was. Op basis van de vorm van het heupbeen menen de onderzoekers echter dat de spieren vooral gebruikt moeten zijn om een flinke trap met de achterpoten te kunnen uitdelen. Dat zou natuurlijk goed van pas zijn gekomen wanneer deze planteneter zichzelf of een jong moest verdedigen tegen een van de talrijke vleesetende dino’s die destijds in het huidige Utah rondzwierven, zoals Deinonychus en Utahraptor. Uiteraard kunnen de sterke poten ook van pas zijn gekomen als twee mannetjes om een vrouwtje vochten. Overigens bevat een van de schouderbladen ook een aantal bulten die waarschijnlijk hebben gediend voor spieraanhechting, wat suggereert dat ook de voorpoten zeer gespierd waren. Alles wijst erop dat het dier meer atletisch was dan de meeste andere sauropoden.


Onderzoekers Mike Taylor, Matt Wedel
en Rien Cifelli (v.l.n.r.) (foto Linda Coldwell).

Referenties:
  • Taylor, M.P., Wedell, M.J. & Cifelli, R.L., 2011. Brontomerus mcintoshi, a new sauropod dinosaur from the Lower Cretaceous Cedar Mountain Formation, Utah, USA. Acta Palaeontologica Polonica 56, p. 75-98.

Illustraties: University College London (Groot-Brittannië).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl