NGV-Geonieuws 177 artikel 1158

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Maart 2011, jaargang 13 nr. 3 artikel 1158

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 177! Op de huidige pagina is alleen artikel 1158 te lezen.

<< Vorig artikel: 1157 | Volgend artikel: 1159 >>

1158 Gefossiliseerd in ‘de daad’
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Barnsteen is momenteel het onderwerp van veel studies (zie bijv. Geonieuws 1108), en steeds weer blijken er verrassende vondsten in te worden gedaan (zie bijv. Geonieuws 1032). Meestal gaat het om goed - vaak in drie dimensies - bewaard gebleven fossielen waarvan ‘gewone’ vondsten veel minder detail vertonen, soms gaat het ook om vondsten die een heel verhaal vertellen, zoals in het geval van de hagedis en de libelle (zie Geonieuws 1130). Een recente vondst, gedaan in barnsteen van zo’n 40 miljoen jaar oud (laatste Midden-Eoceen) en afkomstig uit het Oostzee-gebied, vertelt ook weer een verhaal.

Het gaat om twee mijten van een uitgestorven soort (Glaesacarus rhombeus), de in de hars gevangen werden tijdens de paring. Dat is op zichzelf natuurlijk al bijzonder, maar het meest opvallende is dat het vrouwtje de rol van het mannetje lijkt te hebben overgenomen. Dat is uitzonderlijk, en bij recente mijten komt het niet of nauwelijks voor dat het vrouwtje bij de paring het initiatief neemt. Wel is bekend dat bij mijten, net als bij veel andere dieren, het initiatief tot paring gedurende de evolutie veranderde: het lag nu eens bij het vrouwtje, dan weer (en meestal) bij het mannetje. Dat is uit evolutionair oogpunt ook goed te begrijpen: als vrouwtjes het initiatief tot de paring nemen, kunnen ze een superieur mannetje uitkiezen wat leidt tot de beste kansen voor het nageslacht, en bovendien vermijden ze zo dat ze frequent door mannetjes worden lastiggevallen en gedwongen worden te paren als ze daar niet klaar voor zijn. Dat de mannetjes het initiatief (willen) nemen, is evolutionair evenzeer begrijpelijk. Ze kunnen zo immers zoveel mogelijk nageslacht krijgen (wat de kansen op overleving van individuen van dat nageslacht vergroot), en door vrouwtjes te bevruchten verminderen ze de kans op nageslacht van concurrerende mannetjes.

Bij Glaesacarus rhombeus blijkt het mannetje niet te beschikken over gespecialiseerde organen waarmee hij zich goed aan een vrouwtje kan vastklampen die bij de huidige mijten wel aanwezig zijn. Het vrouwtje heeft daarentegen aan haar achterzijde een kussenvormig uitsteeksel dat het haar mogelijk maakt om het al dan niet succesvol aan haar vastklampen door een mannetje te regelen. De twee in barnsteen ‘gegoten’ exemplaren laten zien hoe dat werkt.


De parende mijten in zijaanzicht.


De mijten in bovenaanzicht.


Referenties:
  • Klimov, P.B. & Sidorchuk, E., 2011. An enigmatic lineage of mites from Baltic amber shows a unique, possibly female-controlled, dating. Biological Journal of the Linnean Society 102, p. 661-668.

Foto’s (Ekaterina Sidorchuk): Universiteit van Michigan, Ann Arbor, MI (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl