NGV-Geonieuws 177 artikel 1159

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Maart 2011, jaargang 13 nr. 3 artikel 1159

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 177! Op de huidige pagina is alleen artikel 1159 te lezen.

<< Vorig artikel: 1158 | Volgend artikel: 1160 >>

1159 Cactusachtige ‘missing link’ tussen wormen en arthropoden
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het fossiel van een merkwaardig diertje (ca. 6 cm groot), gevonden in het zuidwesten van China, lijkt de ‘missing link’ te vertegenwoordigen tussen wormen en arthropoden. Het diertje, dat Diania cactiformis is gedoopt (vanwege zijn gelijkenis met een wandelende cactus), is ingedeeld bij de Lobopodia. Dat is een uitgestorven groep waarvan de vertegenwoordigers het meest leken op wormen met pootjes. De huidige fluweelwormen (Onychophora) zijn mogelijk afstammelingen van de Lobopodia.


Het fossiel van Diania cactiformis.

Het gaat bij Diania nog niet om een arthropode (geleedpotige), maar het heeft er wel al veel kenmerken mee gemeen, vooral wat betreft de poten; Diania is het oudst bekende fossiel met gelede poten. Er was al eerder verondersteld dat de arthropoden (waartoe meer dan 80% van alle soorten op aarde nu behoren) afstammen van de Lobopodia, maar er was nooit eerder fossiel materiaal gevonden waaruit dit direct viel af te leiden.

Het fossiel werd gevonden in afzettingen van ongeveer 520-500 miljoen jaar oud (Cambrium). Het zou het best kunnen worden omschreven als een dunne worm met 10 paar lange poten, al lijkt het niet zeker dat de voorste ledematen ook echt als poten dienden (bij de crustaceeën zijn sommige van deze lichaamsdelen ontwikkeld tot antennae). Deze poten hebben twee bijzondere eigenschappen. In de eerste plaats lijkt het erop dat ze een hard oppervlak hadden, een soort exoskelet (uitwendig skelet, pantser) zoals we dat ook kennen van bijv. kreeften en insecten. In de tweede plaats waren de poten, ook al net zoals bij een kreeft, geleed om buiging mogelijk te maken. Als de poten inderdaad een exoskelet hebben dan zou dat betekenen dat de ontwikkeling van een exoskelet evolutionair bij de poten is begonnen en pas later rondom het lichaam.


Reconstructie van Diania;
‘kop’ met zuigmond zit links.

Diania lijkt aan de ‘kop’ een soort zuigstuk gehad te hebben. Daarmee werden mogelijk kleine organismen, al dan niet met de modder waarin ze zaten, opgeslurpt. Het fossiel vertoont daarvan overigens weinig detail. Gezien het belang van deze voorouder van de arthropoden voor de stamboom van het huidige leven, willen de onderzoekers het pakket aan een gedetailleerde verdere speurtocht naar Lobopodia onderwerpen, in de hoop meer te weten te komen over de ontwikkeling van het exoskelet, dat waarschijnlijk veel heeft bijgedragen aan de levenskansen van allerhande dieren, en zo ook aan het optreden van de Cambrische ‘explosie’, waarbij plotseling een enorme hoeveelheid nieuwe (van schalen of pantsers voorziene) diersoorten ontstond.

Referenties:
  • Liu, J., Steiner, M., Dunlop, J.A., Keupp, H., Shu, D., Ou, Q., Han, J., Zhang, Z. & Zhang, X., 2011. An armoured Cambrian lobopodian from China with arthropod-like appendages. Nature 470, p. 526-530.

Illustraties (J. Liu): Science News.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl