NGV-Geonieuws 177 artikel 1160

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Maart 2011, jaargang 13 nr. 3 artikel 1160

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 177! Op de huidige pagina is alleen artikel 1160 te lezen.

<< Vorig artikel: 1159 | Volgend artikel: 1161 >>

1160 ‘Draadjes’ bewijzen nog geen ‘draadjesvlees’
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Hoe verder we teruggaan in de geologische geschiedenis van de aarde, hoe moeilijker het wordt om de (schaarse) gesteenten en hun inhoud te interpreteren. Het duidelijkste bewijs daarvoor leveren de veelal verhitte discussies over het ’ oudste’ leven, althans de sporen die dat leven zou hebben achtergelaten. Die sporen betreffen in de meeste gevallen koolstofhoudend materiaal, waarbij de vraag is of het gaat om organisch materiaal of niet.


Gesteente uit het Pilbara-craton.

Tot de oudste - en meest omstreden - sporen behoren structuren in de 3,5 miljard jaar oude Apex chert van het Pilbara-craton in westelijk Australië. Twintig jaar geleden werden de draadachtige structuren ‘herkend’ als organisch, wat destijds een enorme opwinding veroorzaakte. Het zou volgens die interpretatie gaan om resten van cyanobacteriën. De micro-organismen (cyanobacteriën zijn in feite symbioses van diverse typen microben) zouden hebben geleefd op de bodem van een ondiepe zee, maar vanaf hun ontdekking zijn er vraagtekens gesteld bij het organische karakter van deze structuren.


De ‘draadjes’ die voor organisch
werden versleten.


Uitvergroting van wat als een
cyanobacterie werd beschouwd.


De twijfel werd onder meer gevoed door de aard van de ‘zeebodem’: de Apex chert bestaat uit een enorm verstoord pakket waarin bazaltische, tin-, zink- en koperrijke lava voorkomt die doorsneden wordt door aders van kwarts en ijzeroxiden. Ook bestond er onenigheid over de aard van de koolstofrijke ‘draadjes’: volgens sommigen ging het om niet-organisch grafiet, terwijl het volgens anderen om kerogeen gaat, een stof die biologisch van aard is.

Er zijn nu nieuwe monsters van de Apex chert genomen die met technieken konden worden geanalyseerd die twintig jaar geleden nog niet bestonden. Daartoe werden de ‘draadjes’ doorgesneden zodat stukjes van 300 micron (0,3 mm) lang werden verkregen voor onderzoek onder de microscoop. Daarnaast werden echter ook plakjes van 30 micron gesneden, en die leverden een verrassend resultaat op: de ‘draadjes’ bleken helemaal geen draadjes, maar de opvulling van extreem kleine scheurtjes in de grondmassa. Nog verrassender was dat deze scheurtjes niet met een koolstofhoudende stof waren gevuld, maar met een licht, helder mineraal en een donker, plaatvormig mineraal. Met behulp van Raman-spectroscopie konden deze twee mineralen worden gedetermineerd. Het bleek te gaan om hematiet (donker) en kwarts (licht). Geen van beide mineralen vormt een aanwijzing voor een organische oorsprong!

Ook het ‘moedergesteente’ werd aan nadere analyse onderworpen. Het bleek helemaal niet te gaan om een gewone zeebodem, maar om gesteenten die waren afgezet rondom een onderzeese heetwaterbron. Hoewel recent onderzoek heeft aangetoond dat er leven voorkomt bij hete onderzeese bronnen, is ook duidelijk geworden dat op deze locaties vaak complexe (anorganische) chemische reacties plaatsvinden, en dat de resulterende structuren soms ten onrechte voor fossiel materiaal worden aangezien. Ook het milieu van vorming wijst dus niet direct op het voorkomen van leven.

De onderzoekers komen al met al tot de conclusie dat de ‘oudste fossielen’ geen fossielen zijn. Maar daarom niet al te hard getreurd: de grondmassa van het gesteente bevat wel degelijk koolstofhoudend materiaal (maar niet in de vorm van de ‘draadjes’!), die wellicht een organische oorsprong zouden kunnen hebben.

Hoe komt het nu dat de ’draadjes’ vroeger voor koolstofhoudend materiaal werden aangezien? De nieuwe onderzoekers vermoeden dat hun voorgangers, in hun ‘roes’ bij de (toen) naar het scheen geslaagde poging om resten van zeer oud leven te vinden, per ongeluk in plaats van de ‘draadjes’ het koolstofhoudende materiaal hebben geanalyseerd en tot de conclusie kwamen dat ze fossiele resten van leven (‘draadjesvlees’) vertegenwoordigen.

Referenties:
  • Marshall, C.P., Emry, J.R. & Olcott, M.A., 2011. Haematite pseudomicrofossils present in the 3.5-billion-year-old Apex Chert. Nature Geoscience, doi:10.1038/ngeo1084.

Foto Pilbara (Hiroshi Ohmoto & Yumiko Watanabe, Pennsylvania State University): Nature.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl