NGV-Geonieuws 178 artikel 1168

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


April 2011, jaargang 13 nr. 4 artikel 1168

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 178! Op de huidige pagina is alleen artikel 1168 te lezen.

<< Vorig artikel: 1167 | Volgend artikel: 1169 >>

1168 ‘Global warming’ trad veel vaker op dan eerder aangenomen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De wereldwijde temperatuurstijging (“global warming”) waarmee we nu te maken zouden hebben (er komen steeds meer aanwijzingen dat de temperatuur niet meer stijgt!) is bepaald niet uitzonderlijk. Uit tal van eerdere onderzoeken was overigens al gebleken dat er in de loop van de niet eens zo verre aardgeschiedenis perioden zijn opgetreden met aanzienlijk verhoogde temperaturen. Die duurden meestal enkele tienduizenden jaren (gewoonlijk in de orde van 40.000 jaar), en de temperatuur lag dan zo’n 2-3 graden hoger dan ‘normaal’. Dat is vergelijkbaar met wat klimaatpessimisten verwachten voor de komende eeuw, waarbij ze de temperatuurstijging echter niet beschouwen als een natuurlijke gebeurtenis, maar als een gevolg van de grootschalige verbranding van fossiele brandstoffen sinds het begin van de industriële revolutie.

Uit recent onderzoek blijkt dat dergelijke perioden van ‘global warming’ veel vaker zijn opgetreden dan tot nu toe werd aangenomen. Het waren zelfs helemaal geen uitzonderlijke gebeurtenissen volgens onderzoeker Richard Norris van het befaamde Scripps Institution of Oceanography, die meedeed aan het onderzoek waarbij kernen uit de oceaanbodem werden onderzocht.

Ongeveer 50 miljoen jaar geleden trad er op aarde een warme tijd op, waarbij verschillende perioden van ‘global warming’ kunnen worden onderscheiden. Die perioden traden toen zo’n beetje elke 400.000 jaar op. De warmste van die perioden kwam voor op de grens tussen Paleoceen en Eoceen , en staat daarom bekend als het Paleocene-Eocene Thermisch Maximum (PETM). Dit PETM, dat werd gekenmerkt door een temperatuurstijging van 4-7 graden, duurde ongeveer 200.000 jaar. Omstreeks 40 miljoen jaar geleden was het afgelopen met het optreden van dergelijke perioden van ‘global warming’: toen begon een lange periode van afkoeling, resulterend in ijskappen op de polen. Volgens ijstijddeskundigen zou de ondergrens van het IJstijdvak daarom eigenlijk zo’n 40 miljoen jaar geleden moeten worden gesitueerd in plaats van 2 miljoen jaar geleden, het begin van een tijd waarin vooral het noordelijk halfrond diverse malen met grote ijstijdkappen werd bedekt.


deel van een voor het onderzoek gebruikte boorkern.

Bij het recent uitgevoerde onderzoek werden boorkernen onderzocht die waren opgehaald voor de kust van Zuid-Amerika. Vooral de sedimenten uit het Eoceen werden geanalyseerd. Alleen al op kleur konden tal van warme en koude perioden worden onderscheiden: de warme periode worden vertegenwoordigd door fijnkorrelig grijs sediment, en de koude perioden door lichtgroenig sediment. Uiteraard is de kleur op zich geen aanwijzing voor een bepaalde temperatuur, maar in dit geval bleken de grijze sedimenten een veel grotere hoeveelheid klei te bevatten die achterbleef nadat de kalkschelpjes van afgestorven microscopisch kleine organismen op de zeebodem waren opgelost. Het oplossen van die kalkschaaltjes wijst op verzuring van de oceaan, een bekend gevolg van de grootschalige opname door de oceaan van CO2.

De vraag die dat opwerpt is natuurlijk waar dat CO2 vandaan kwam. Om tal van redenen (onder meer de regelmatige cycli) komen de onderzoekers tot de conclusie dat het koolzuurgas niet (althans niet in significante hoeveelheden) afkomstig kan zijn geweest van uiteenvallend gehydrateerd methaan, veenbranden of komeetinslagen. Volgens hen moet het uit het dieptewater afkomstig zijn geweest. Het CO2 zou daaruit zijn vrijgekomen door veranderende circulatiepatronen van het dieptewater.


Mede-onderzoeker Richard Norris
in zijn laboratorium.

Referenties:
  • Sexton, Ph.F., Norris, R.D., Wilson, P.A., Pälike, H., Westerhold, Th., Röhl, U., Bolton, C.T. & Gibbs, S., 2011. Eocene global warming events driven by ventilation of oceanic dissolved organic carbon. Nature 471, p. 349-352.

Foto’s: Scripps Institution of Oceanography, University of California, San Diego, CA (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl