NGV-Geonieuws 179 artikel 1171

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Mei 2011, jaargang 13 nr. 5 artikel 1171

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 179! Op de huidige pagina is alleen artikel 1171 te lezen.

<< Vorig artikel: 1170 | Volgend artikel: 1172 >>

1171 Wind sterker dan water, sterker dan ijs, sterker dan gebergten
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Alle gebergten zijn gedoemd om in de loop van de geologische geschiedenis te verdwijnen. Een enkele keer gebeurt dat door bodemdaling, maar veel vaker door erosie. Water (in de vorm van regenwater, bergbeken en rivieren) wordt daarvoor gewoonlijk, samen met ijs, verantwoordelijk gehouden. Het lijkt er echter op dat erosie door wind een minstens zo grote rol speelt, wat zou betekenen dat wind erosie 10-100 maal effectiever is dan tot nu toe werd gedacht.

Onderzoekers kwamen tot deze bevinding na bestudering van yardangs (ruggen van hard gesteente die zijn ontstaan doordat wind de tussenliggende dalen uitschuurde). Yardangs met hoogten tot 40 m komen onder andere voor in het Qaidam-Bekken, dat zich ten westen van de Gobi-woestijn en het Chinese loess-plateau bevindt. Er is geen sprake van dat deze ruggen door fluviatiele of glaciale erosie kunnen zijn gevormd. Dat laat wind als enig mogelijk mechanisme over. Het gaat daarbij om uiterst sterke erosie: yardangs kunnen op sommige plaatsen 40 m hoog worden. Ze zien eruit als de plooien in een opgeschoven tafelkleed en kunnen zelfs vanuit de ruimte worden waargenomen. Kennelijk heeft de wind gedurende lange tijd een voorkeursrichting gehad, en het blootgestelde gesteente in evenwijdige zones uitgeschuurd, waardoor een landschap is ontstaan dat op het eerste gezicht te vergelijken is met de Appalachen. Daar worden de ruggen echter bepaald door anticlinale en synclinale structuren; bij yardangs is dat niet het geval.


Ligging van het Qaidam-Bekken.


Enkele van de onderzoekers boven op een yardang.


De onderzoekers vermoeden dat de yardangs in het Qaidam-Bekken werden gevormd gedurende de Pleistocene ijstijden, toen het droger en kouder was. De sterke winderosie moet toen hebben gezorgd voor een enorme hoeveelheid fijne deeltjes. Die werden volgens de onderzoekers als loess afgezet op het Chinese loess-plateau, waar pakketten een dikte van enkele honderden meters kunnen bereiken, waarmee ze veruit de dikste loess-accumulaties ter wereld vormen. De herkomst van deze loess is altijd onduidelijk gebleven. De erosie van grote delen van hard gesteente, waarbij de yardangs achterbleven, zou - volgens het door de onderzoekers opgestelde computermodel - ruim de helft van het loess-volume op het plateau verklaren, en daarmee een inderdaad logische verklaring voor de dikke accumulaties geven.

Dat het erosieproces momenteel niet (meer) plaatsvindt, schrijven de onderzoekers toe aan de veranderde klimaatomstandigheden. Het is nu warmer en minder droog dan tijdens de glacialen, wat winderosie bemoeilijkt. Bovendien is de huidige overheersende windrichting meer noord-zuid gericht terwijl dat meer oost-west was tijdens de glacialen. Gedurende de interglacialen ontstonden meren tussen de ruggen. Die vielen droog tijdens de glacialen, en het fijne sediment werd weggeblazen.

Het ontstaan van de yardangs in het Qaidam-Bekken als gevolg van wind erosie begon volgen de onderzoekers ongeveer 3 miljoen jaar gelden. Dat is ook het moment waarop plooiing van de gesteenten - als gevolg van de botsing tussen de Indische en Euraziatische lithosfeerschollen - versnelde. De onderzoekers denken dat dat geen toeval is; ze suggereren dat het weggeblazen silt de schol zoveel lichter (en dus flexibeler) maakte dat hij gemakkelijker werd geplooid. Dat lijkt een bewering die wel wat reacties zal oproepen.

Referenties:
  • Kapp, P., Pelletier, J.D., Rohrmann, A., Heermance, R., Russell, J. & Ding, L., 2011. Wind erosion in the Qaidam basin, central Asia: Implications for tectonics, paleoclimate, and the source of the Loess Plateau. GSA Today, April/May 201, p. 4-10.

Illustraties (Paul Kapp): University of Arizona, Tucson, AZ (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl