NGV-Geonieuws 179 artikel 1172

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Mei 2011, jaargang 13 nr. 5 artikel 1172

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 179! Op de huidige pagina is alleen artikel 1172 te lezen.

<< Vorig artikel: 1171 | Volgend artikel: 1173 >>

1172 Vroege bloei
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Een groep Chinese en Amerikaanse onderzoekers heeft voor het eerst een volledig intact fossiel exemplaar beschreven van een tweezaadlobbige plant. Dit is een groep bloeiende planten die wel met de informele naam ‘ eudicoten’ wordt aangeduid, en waartoe ondermeer boterbloemen, appelbomen en paardebloemen behoren. Het fossiel is zo’n 125 miljoen jaar oud (Vroeg-Krijt), wat voor de onderzoekers aanleiding is om te veronderstellen dat eudicoten ouder zijn dan gedacht, en dat dat mogelijk ook algemeen geldt voor bloeiende planten. Mede-auteur David Dilcher, een bioloog, merkt hierover op dat er momenteel een beetje inzicht begint te ontstaan in de plotseling -letterlijke - opbloei van bloeiende planten, ongeveer 110 miljoen jaar geleden. Die explosieve ontwikkeling blijkt - zoals tot nu toe eigenlijk alleen uit pollen kon worden opgemaakt - een steeds langere voorgeschiedenis te hebben (van meer dan 10, wellicht 15 miljoen jaar) waarin de eudicoten langzaam evolueerden tot een groot aantal families. Het kan nu zelfs niet meer worden uitgesloten dat er al eudicoten vookwamen in het Jura.

Het nieuwe fossiel, dat dit inzicht ondersteunt, werd niet door de onderzoekers zelf gevonden, maar door een amateur, Li Shiming. Die herkende het als een bijzonder exemplaar en schonk het aan een nieuw paleontologisch museum in de Chinese provincie Liaoning (waar al zoveel bijzondere vondsten zijn gedaan; zie ondermeer Geonieuws 506, 795 en 1143).


Het fossiel van Leefructus mirus.

Het blijkt om een nieuwe soort te gaan, die Leefructus mirus is gedoopt. Het fossiel, dat ongeveer 16 cm hoog is, omvat het gehele bovengrondse deel van een volwassen plant. Een steel leidt naar vijf bladeren, die vanuit de basis uiteenlopende hoofdnerven vertonen die zich elk weer vertakken, Een andere steel leidt naar een volledig tot bloei gekomen bloem met een vorm die op die van een nog half gesloten boterbloem lijkt, en die vijf bloembladen (kroonbladen) heeft. Op basis van deze en andere kenmerken lijkt de plant te behoren tot de Ranonkelfamilie, waartoe ook de boterbloem behoort.

De bloem heeft een uiterlijk dat heden ten dage aantrekkelijk geweest zou zijn voor insecten. Er waren destijds echter nog geen bijen die gelokt konden worden, maar vliegen en sommige kevers kunnen er al wel op af zijn gekomen en zo voor bestuiving van de individuele planten hebben zorg gedragen. Dat is des te meer waarschijnlijk omdat Leefructus in een laag vulkanische as werd gevonden die in een meer werd afgezet. Waarschijnlijk groeide de plant dus nabij een meer, wellicht in een nat of moerassig gebied, net als de huidige boterbloemen.

Referenties:
  • Sun, G., Dilcher, D.L., Wang, H. & Chen, Z., 2011, A eudicot from the Early Cretaceous of China. Nature 471, p. 625-628.

Foto (Zhiduan Chen): Indiana University, Bloomington, IN (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl