NGV-Geonieuws 179 artikel 1176

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Mei 2011, jaargang 13 nr. 5 artikel 1176

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 179! Op de huidige pagina is alleen artikel 1176 te lezen.

<< Vorig artikel: 1175 | Volgend artikel: 1177 >>

1176 Gletsjererosie wordt zichtbaar gemaakt
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Geomorfologie ! Klik hier voor alle artikelen over Glaciologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Ooit vergletsjerde gebieden waaruit het ijs zich naderhand heeft teruggetrokken, vertonen kenmerkende landschapsvormen. Die kunnen het gevolg zijn van afzetting van door het ijs meegevoerd materiaal (morenes), van de deformerende werking van het ijs (stuwwallen), en van glacial erosie (U-vormige dalen). Die laatste zijn het gemakkelijkst herkenbaar en zorgen vaak voor spectaculaire landschappen. Maar hoe zagen die landschappen eruit vóórdat het ijs ze aantastte? Dat was tot nu toe nauwelijks of niet na te gaan. Met een nieuwe techniek kan dat nu wel, zoals wordt bewezen aan de hand van een onderzoek dat werd uitgevoerd in een gebied van zo’n 700 km2 binnen het Fiordland National Park in Nieuw-Zeeland.

Het onderzochte gebied is bijzonder, want het komt heel snel omhoog: de gesteenten die nu aan het oppervlak liggen, waren zo’n 2,5 miljoen jaar geleden, aan het begin van het IJstijdvak, nog zo’n 2 km diep begraven. Die stijging moet tot erosie hebben geleid; maar was dat allemaal glaciale erosie, of ontstonden er wellicht eerst V-vormige rivierdalen? Of werden aanvankelijk juist V-vormige dalen in een al bestaande ijskap ingesneden? Die vraag kan nu worden beantwoord door de nieuwe techniek, die als ‘helium-4/helium-3 thermochronometrie’ wordt aangeduid.

Met deze techniek is het mogelijk om in apatiet (een mineraal bestaande uit calciumfosfaat) vast te stellen hoe de temperatuur veranderde waaraan het mineraal in de loop der tijd blootgesteld is geweest. Die temperatuur hangt gewoonlijk vooral samen met de diepte waarop het mineraal zich bevindt. Via gesteenten die nu aan het oppervlak liggen, is zo na te gaan hoe snel de stijging ter plaatse ging. Door de gegevens van verschillende plaatsen te combineren, wordt dan eveneens duidelijk hoe snel en wanneer bepaalde delen van het gebied zijn geërodeerd.


Het onderzoeksgebied: Fjordland National
Park in Nieuw-Zeeland (foto Kurt Cuffey).


Kaart (van David Shuster en Kurt Cuffey)
van het drainagepatroon in Fiordand
National Park 1 miljoen jaar geleden.


Voor het onderzochte gebied in het Fiordland National Park kon zo worden vastgesteld dat de gletsjers aanvankelijk vooral aan hun voorzijde erodeerden. Daaraan kwam echter ongeveer 1,5 miljoen jaar geleden een einde. Toen begonnen de gletsjers zich, gedurende een miljoen jaar, vooral naar achteren uit te breiden, waarbij ze als het ware delen van het gebied steeds verder naar achteren ‘ opvraten’. Daarbij ontstonden de amfitheater-vormige cirques langs de gesteentemassa’s die aan weerszijden werden aangevreten, en die dus steeds scherpere bergkammen begonnen te vormen. Dit eindigde ongeveer 500.000 jaar geleden.

De gegevens die de onderzoekers met de nieuwe methode verkregen, zijn zo gedetailleerd dat het mogelijk bleek om de drainagepatronen in het gebied - en de veranderingen daarin als gevolg van de gecombineerde werking van opheffing en glaciale erosie - te reconstrueren. De onderzoekers konden, voor de periode vanaf 2,5 miljoen jaar geleden, zelfs topografische kaarten ontwikkelen die, voor momenten om de 250.000 jaar, laten zien hoe het drainagepatroon er toen moet hebben uitgezien. Daarmee wordt du zichtbaar gemaakt wat intussen door de glaciale erosie is verdwenen.


Mede-onderzoeker Kurt Cuffey voor
enkele glaciale dalen in Fiordland
National Park (foto Johnny Sanders).

Referenties:
  • Shuster, D.L., Cuffey, K.M., Sanders, J.W. & Balco, G., 2011. Thermochronometry reveals headward propagation of erosion in Alpine landscape. Science 322, p. 84-88.

Illustraties: University of California, Berkeley, CA (Verenigde Staten van Amerika)


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl