NGV-Geonieuws 179 artikel 1177

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Mei 2011, jaargang 13 nr. 5 artikel 1177

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 179! Op de huidige pagina is alleen artikel 1177 te lezen.

<< Vorig artikel: 1176 | Volgend artikel: 1178 >>

1177 Fossiele zeekoeien verhalen van ander Eoceen klimaat
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Zeekoeien staan wetenschappelijk bekend als Sirenia, zo vernoemd naar de zeemeerminnen die volgens de klassieke Grieken scheepvaarders met hun prachtige gezang het hoofd op hol brachten, waardoor ze niet meer opletten en hun schip op de rotsen te pletter voeren. Waarschijnlijk zagen de scheepvaarders, lang van huis en verlangend naar hun vrouw of vriendin, zeekoeien voor zeemeerminnen aan.

De zeekoeien zijn nu nog door slechts vier soorten in twee families vertegenwoordigd, de doejongs met n soort en de lamantijnen met drie soorten. Tot de 18e eeuw leefde er nog een soort (Stellers zeekoe). Het zijn planteneters die in kustwateren, maar ook in estuaria, rivieren en moerassen leven. Uit het geologische verleden zijn echter meer soorten bekend. De zeekoeien ontwikkelden zich meer dan 50 miljoen jaar geleden (Eoceen) als een van de eerste groepen moderne zoogdieren, en ze kwamen vroeger ook wijdverbreid voor.


Een fossiele zeekoe: Halitherium schinzi
(foto Mark Clementz).


De doejong of Indische zeekoe is een
van de weinige soorten recente zeekoeien
(foto Mark Clementz).


Er zijn tal van fossiele resten bekend; vaak gaat het om tanden, omdat die nu eenmaal minder gemakkelijk vergaan dat botten. Het glazuur van Eocene tanden, afkomstig van sterk uiteenlopende breedtegraden, is nu onderzocht en blijkt verrassende gegevens op te leveren over het Eocene klimaat. Dat bleek tijdens een onderzoek dat daar overigens in eerste instantie helemaal niet op was gericht: het ging oorspronkelijk om het dieet en het leefmilieu van deze dieren in het Eoceen, ook om zo hun verbreiding over de aardbol beter te kunnen begrijpen.


De lamantijn (Trichechus),
een in de zee rond Florida voorkomende
zeekoe (foto Elizabeth Murdoch).


Relatie tussen breedtegraad en neerslag
nu (blauw) en in het Eoceen(rood)
(illustratie Mark Clementz).


Gedurende het Eoceen veranderde het klimaat op aarde dramatisch. Dat blijkt uit tal van waarnemingen (zie onder meer Geonieuws 77, 525, 660,839 en 1168). De temperatuur veranderingen in de atmosfeer - en daarmee op termijn ook van het oppervlaktewater van de oceanen - leidt tot veranderingen in de verhouding tussen de zuurstof-isotopen. Dat blijkt onder meer uit de verschillen in de verhouding van de zuurstof-isotopen tussen tropische en polaire wateren. Dat zou zijn weerslag moeten vinden in het tandglazuur van de Eocene zeekoeien, en tot nu toe werd aangenomen dat het klimaat in het Eoceen ongeveer gelijk was aan de huidige (relatief warme) situatie. Dat bleek echter geenszins het geval: de isotopenverhouding was in het Eoceen anders dan verwacht, en het verschil kunnen de onderzoekers alleen verklaren doordat de gebieden op lage geografische breedte (d.w.z. nabij de evenaar) in het Eoceen veel meer neerslag ontvingen dan nu. Die bevinding heeft consequenties voor andere klimaatonderzoeken, omdat de huidige aannames op basis waarvan paleotemperatuur en paleoklimaat worden gereconstrueerd, kennelijk niet zo vast zijn als wordt gedacht. Dat zou veel klimaatonderzoek op zn kop zetten; de onderzoekers schrikken daarvan zelf kennelijk nogal, want ze merken op dat hun gegevens kloppen, maar dat er mogelijk ook nog andere factoren een rol spelen die ze wellicht over het hoofd hebben gezien.


Onderzoeksleider Mark Clementz
(foto University of Wisconsin).

Referenties:
  • Clementz, M.T. & Sewall, J., 2011. Latitudinal gradients in greenhouse seawater 18O: evidence from Eocene sirenian tooth enamel. Science 332, p. 455-458.

Fotos: National Science Foundation (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl