NGV-Geonieuws 179 artikel 1179

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Mei 2011, jaargang 13 nr. 5 artikel 1179

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 179! Op de huidige pagina is alleen artikel 1179 te lezen.

<< Vorig artikel: 1178 | Volgend artikel: 1180 >>

1179 Dinoís bij nacht
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Ook dinosauriŽrs blijken een nachtleven te hebben gehad; sommige soorten tenminste. Dat blijkt uit analyse van de schedels van tal van exemplaren waarvan de oogkassen en de oogringen goed zijn gefossiliseerd. Dat verandert het beeld dat tot nu toe bestond, want algemeen werd aangenomen dat gedurende het MesozoÔcum de dinoís (en andere reptielen) overdag actief waren, terwijl de vroege zoogdieren vooral ís nachts opereerden. Zo zouden beide groepen naast elkaar hebben kunnen bestaan zonder al te veel onderlinge concurrentie.

Activiteit bij nacht is vrijwel altijd het gevolg van de noodzaak om voedsel te vinden, meestal omdat er overdag onvoldoende prooidieren rondlopen of omdat er teveel risico is om zelf als prooi te worden gepakt, soms echter ook omdat er overdag niet genoeg voedsel kan worden gevonden (of gegeten). Een dergelijk nachtleven vereist echter aanpassing van het oog. Dat is bij de uiteenlopende diergroepen op diverse manieren gebeurd; bij dinosauriŽrs, hagedissen en vroege vogels bestond een van die aanpassingen uit een ringvormig benig voorwerp in het oog, de oogring; bij zoogdieren is die afwezig. In het bijzonder de oogring, maar ook de afmetingen van de oogkas geven informatie over al dan niet nachtelijke activiteit.


De schedel van Protoceratops,
die bij dag en nacht zijn voedsel
bij elkaar scharrelde.


De kleine vleeseter Juravenator starki
blijkt, op basis van zijn ogen, een
nachtelijk jager te zijn geweest.


Twee onderzoekers hebben van deze twee zaken de afmetingen van binnen en van buiten opgemeten bij 33 fossiele dinoís, pterosauriŽrs en vroege vogels; ze deden dat eveneens bij 144 levende soorten met een oogring (van deze soorten is uiteraard bekend of het dag- of nachtdieren zijn). Zo konden ze de verschillen bij dag- en nachtdieren vaststellen, en op basis daarvan interpreteren of de onderzochte fossielen afkomstig zijn van dieren met een dag- of een nachtelijk leven. De (recente) dieren die overdag actief zijn, blijken namelijk een smalle opening in de oogring te hebben, terwijl die bij nachtdieren duidelijk groter is. Bij dieren die zowel overdag als Ďs nachts actief zijn, ligt de grootte van de opening in de oogring daar tussenin.


Detail van de oogkas en oogring
van Protoceratops.


De schedel van Juravenator
met een duidelijke oogkas.


Dit lijkt dus een erg eenvoudig middel om onderscheid te maken, maar er zijn wel enkele complicaties. Zo evolueerde de grootte van de opening in de oogring met de tijd; met behulp van een daarop toegesneden computerprogramma wisten de onderzoekers die invloed echter in hun analyses te verwerken.

Uit die analyse blijkt dat de grote plantenetende dinoís zowel overdag al Ďs nachts actief moeten zijn geweest, waarschijnlijk omdat ze zoveel voedsel nodig hadden dat ze aan eten overdag (ze moesten waarschijnlijk op het heetst van de dag ook rust nemen) niet genoeg hadden; ook de pandabeer en andere grote plantenetende zoogdieren zoals de olifant hebben het om die reden altijd druk met eten. Daarentegen bleken de kleine vleesetende dinoís zoals Velociraptor typische nachtdieren. Hoe het zat met de grote vleeseters zoals ,i>Tyrannosaurus rex ,/i>konden onderzoekers (nog?) niet vaststellen bij gebrek aan fossiele restanten met voldoende goed bewaard gebleven oogringen. De meeste vliegende dieren zoals vroege vogels en pterosauriŽrs waren vooral overdag actief, maar enkele soorten pterosauriŽrs lijken nachtdieren te zijn geweest.


De pterosauriŽr Scaphognathus crassirostris
blijkt op basis van zijn ogen overdag te
hebben gejaagd.


De vleeseter Velociraptor mongoliensis
was inderdaad, zoals in de film Jurassic Park
werd aangegeven, een nachtelijk jager.


Referenties:
  • Schmitz, L. & Motani, R., 2011. Nocturnality in dinosaurs inferred from sclerical ring and orbit morphology. Science 332, p. 705-708.

Fotoís (Ryosuke Montani en Lars Schmitz): National Science Foundation (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl