NGV-Geonieuws 180 artikel 1183

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Juni 2011, jaargang 13 nr. 6 artikel 1183

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 180! Op de huidige pagina is alleen artikel 1183 te lezen.

<< Vorig artikel: 1182 | Volgend artikel: 1184 >>

1183 Fossiele spinnen: de grootste en de meest gedetailleerde
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Fossiele spinnen zijn niet echt zeldzaam (er zijn ruim 1000 soorten bekend), maar echt bijzondere exemplaren worden niet vaak aangetroffen. Nu vallen er echter twee bijzondere zaken te melden.


De spin Nephila jurassica.

Een daarvan is de vondst van de grootste fossiele spin die ooit is aangetroffen. Het gaat om een vrouwelijk exemplaar dat de naamNephila jurassica heeft gekregen. De soortnaam verwijst naar de ouderdom: Midden-Jura (ca. 165 miljoen jaar). Het exemplaar werd aangetroffen in vulkanische as in Mongolië, dat destijds deel uitmaakte van het supercontinent Pangea. Het gaat niet om de oudste fossiele spin (dat zijn Eocteniza silvicola en Protocteniza brittanica, beiden van ca. 310 miljoen jaar geleden), maar wel om de oudste vertegenwoordiger van de spinnen die een goudkleurig web weven (zijdespinnen, Nephilidae). De huidige vertegenwoordigers van deze groep, die in de tropen voorkomen, spinnen webben die groot genoeg zijn om vogels en vleermuizen te vangen. Het nu gevonden fossiele exemplaar was ongeveer net zo groot als zijn huidige verwanten, met een lichaam van bijna 3 cm groot en poten van 7-8 cm (mannelijk exemplaren van de Nephilidae werden - en worden - veel kleiner). Zij spon haar web waarschijnlijk tussen takken rond een open plek in een warm, vochtig bos, of aan de rand van een bos. Daar ving zij geen vogels of vleermuizen (die waren er nog niet), maar waarschijnlijk vooral grote insecten, waarvan veel fossielen bekend zijn.


De spin Eusparassus (in barnsteen)
onder de micrroscoop.


Het 3-D beeld dat van Eusparassus
werd verkregen.


Een tweede bijzonderheid betreft een exemplaar dat behoort tot de jachtkrabspinnen (Sparassidae). Het exemplaar, dat behoort tot het geslacht Eusparassus, waarvan ook nu nog soorten bestaan, is 49 miljoen jaar oud (Midden-Eoceen) en werd aangetroffen in barnsteen (wat bijzonder is, want deze groep spinnen komt zelden in barnsteen voor, hoewel veel van de bekende fossiele spinnen juist in barnsteen werden gevonden). Het nu beschreven exemplaar is klein en met de microscoop nauwelijks zichtbaar in het oude, donkere stuk barnsteen. Toen het stuk barnsteen ca. 150 jaar geleden werd gevonden en onderzocht, werd al gedacht dat de daarin aanwezige spin tot de jachtkrabspinnen behoorde, hoe onwaarschijnlijk dat ook leek (deze groep spinnen is erg snel en dus is het onaannemelijk dat ze door hars worden verrast). Een goede methode om de spin uit de barnsteen te isoleren bestond toen echter niet.

Ook nu lukt dat nauwelijks, maar er kon wel een andere techniek worden toegepast: tomografie. Daarmee worden röntgenopnames gemaakt die steeds als het ware een zeer dun plakje uit het lichaam inventariseren. Door naderhand met een computer al die plakjes weer aan elkaar vast te ‘lijmen’ ontstaat een zeer gedetailleerd 3-dimensionaal beeld. Dit beeld maakte duidelijk dat het bij het in hars gefossiliseerde exemplaar inderdaad om een vertegenwoordiger van de jachtkrabspinnen gaat. De onderzoekers zijn opgetogen over het zeer gedetailleerde beeld dat met de tomografie werd verkregen, want het fasecontrast tussen fossielen en barnsteen is zo gering dat er bij vroegere pogingen weinig details zichtbaar werden. De techniek is nu echter zover gevorderd dat het mogelijk lijkt om veel meer fossielen uit barnsteen aan een dergelijk gedetailleerd onderzoek te onderwerpen. De onderzoekers menen zelfs dat ook andere materialen die fossielen bevatten met de nieuwe techniek tal van tot nu toe verborgen details zullen prijsgeven.

Referenties:
  • Dunlop, J.A., Penney, D., Dalüge, M., Jäger, P., McNeil, A., Bradley, R.S., Withers, Ph.J. & Preziosi, R.F., 2011. Computed tomography recovers data from historical amber: an example from huntsman spiders. Naturwissenschaften 98, p. 519-527.

  • Selden, P.A., Shih, C.-K. & Ren, D., 2011. A golden orb-weaver spider (Araneae: Nephilidae: Nephila) from the Middle Jurassic of China. Biology Letters, doi:10.1098/rsbl.2011.0228.

Foto Nephila: Paul Seldon; foto’s Eusparassus: Universiteit van Manchester.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl