NGV-Geonieuws 10 artikel 119

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Februari 2001, jaargang 3 nr. 1 artikel 119

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 10! Op de huidige pagina is alleen artikel 119 te lezen.

<< Vorig artikel: 118 | Volgend artikel: 120 >>

119 DinosauriŽrs nestelden in waddengebied
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Een bijzonder nest met dinosauruseieren bewijst dat sommige soorten dinosauriŽrs hun leven deels op het land, deels in het water moeten hebben doorgebracht, op een wijze die veel overeenkomt met die van de huidige krokodillen en alligators. Het nest werd door Spaanse onderzoekers aangetroffen in de Formatie van Tremp in de Spaanse provincie Lleida; deze gesteenten uit het Laat-Krijt zijn ook langdurig het werkterrein geweest van Nederlandse geologen. Nesten met dinosaurus-eieren zijn in betrekkelijk grote aantallen gevonden. In dit geval gaat het echter om een nest met bijzondere karakteristieken, uit een voor dinosauriŽrs tot nu toe onbekend leefmilieu, en met voor eieren bijzondere - aan dat milieu aangepaste - karakteristieken.

In de eerste plaats gaat het niet om een nest dat, zoals andere dinosaurusnesten, bestond uit een kuil in de grond. De zeven aangetroffen eieren (elk zoín 25 cm lang en 18 cm dik) staan namelijk met hun lange as rechtop. Dat betekent dat er een zacht substraat moet zijn geweest. Mede op basis van enkele andere kenmerken concluderen de Spaanse onderzoekers dat het

De eieren zijn gelegd op een hoop plantaardig materiaal dat op de grond was opgebouwd. Dat impliceert dat het nest met de eieren boven de directe omgeving uitstak en dus goed zichtbaar moet zijn geweest. Dat lijkt alleen aannemelijk als het om een leefmilieu ging waarin geen eierrovers voorkwamen.

Dergelijke milieus zijn schaars. Op basis van de geologische karakteristieken en de rondom het nest in de gesteenten aangetroffen fossielen interpreteren de onderzoekers het milieu als een wad-achtig gebied - misschien deels lagunair - waarin het nest zich op de modderige bodem bevond in de overgangszone naar een kwelder (de kwelders lopen alleen bij springtij of stormvloed onder). Een dergelijk milieu, met zijn modderige bodem, bood zonder twijfel destijds aanzienlijke bescherming, mede omdat vogels nog niet of nauwelijks tot ontwikkeling waren gekomen.

De eierschalen (2,3-3,2 mm dik) ondersteunen het beeld van een waterrijk milieu. Ze vertonen namelijk een groot aantal (120-150 per vierkante centimeter) vrijwel ronde poriŽn. Dergelijke porie-rijke eierschalen zijn ongewoon voor nesten die zijn blootgesteld aan de lucht, omdat door het stelsel van poriŽn gemakkelijk zoveel vocht kan ontsnappen dat het zich ontwikkelende broedsel uitdroogt. Dergelijke poriŽn zijn dan ook alleen te verklaren in een milieu waar de lucht voortdurend (vrijwel) met water verzadigd is. Bovendien vertonen de kanaaltjes van de poriŽn veel onderlinge dwarsverbanden, wat uitwisseling met de lucht bevordert. Dit wijst erop dat er eerder gevaar voor verstikking bestond dan voor uitdroging. Dat verstikkingsrisico zou een gevolg kunnen zijn van slib dat zich op delen van het ei kan afzetten na een overstroming.

Het gevonden dinosaurus nest is daarmee niet alleen uitzonderlijk van aard, maar geeft bovendien aan dat tenminste 1 soort een grotendeels uit water bestaand milieu bewoonde.

Referenties:
  • Lůpez-MartŪnez, N., Moratalla, J.J. & Sanz, J.L., 2000. Dinosaurs nesting on tidal flats. Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology 160, p. 153-163.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Bijzonder nest wijst op dinosauriŽrs in waterrijk milieu' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (17 juni 2000).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl