NGV-Geonieuws 180 artikel 1190

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Juni 2011, jaargang 13 nr. 6 artikel 1190

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 180! Op de huidige pagina is alleen artikel 1190 te lezen.

<< Vorig artikel: 1189 | Volgend artikel: 1191 >>

1190 Regenval bepaalde verspreiding dieren in Gondwanaland
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het supercontinent Pangea omvatte een goede 200 miljoen jaar geleden (Laat-Trias) bijna alle landmassa’s. Er waren weliswaar natuurlijke barrières zoals gebergteketens en grote rivieren, maar in principe konden de dieren zich vrij over het gehele supercontinent verplaatsen. Toch gebeurde dat niet: de afzonderlijke diergroepen beperkten zich in het algemeen tot bepaalde gebieden. Dat is op zichzelf niet zo bijzonder: ook nu zijn veel diergroepen afhankelijk van een bepaald milieu, dat op zijn beurt vaak weer direct samenhangt met het klimaat.


Deze schedel van Hypsognathus werd
gevonden in Nova Scotia (Canada) en dateert
van de tijd dat het gebied uitmaakte van
een heet, droog deel van Pangea.


Reconstructie van het procolophonide
reptiel Hypsognathus.


Ten tijde van Pangea lijkt de situatie echter essentieel anders te zijn geweest dan nu, uitgaande van huidige kennis over de verspreiding van reptielen en de voorlopers van de zoogdieren op dat supercontinent. Bij een studie in een uitgestrekt gebied tussen 30ZB en 260NB dat zowel vochtig tropische als semi-aride zones omvatte bleek namelijk dat de reptielen (de familie van de Procolophonidae, die van het Perm tot het Laat-Trias leefden, en waarvan Hypsognathus een bekende vertegenwoordiger is) zich beperkten tot gebieden met één regenperiode per jaar, terwijl de cynodonten (suborde van de Cynodontia, waaruit de zoogdieren zijn voortgekomen) zich ophielden in gebieden waar tweemaal per jaar een regenseizoen optrad. Deze geografische verdeling is wel verklaarbaar, want de zoogdieren (en waarschijnlijk dus ook de cynodonten) scheiden relatief veel water uit met hun urine en faeces, en dat moet uiteraard worden aangevuld; ze prefereren daarom een leefmilieu waarin voldoende water voorhanden is. De reptielen (en vogels) scheiden hun urinezuur echter uit als een vaste of semi-vaste stof die zeer weinig water bevat. Ze kunnen daarom beter in een droog klimaat overleven. De reptielen konden daarom in het relatief droge gebied van Pangea leven; de cynodonten konden dat niet en beperkten zich tot de regenrijke gebieden. Dat de reptielen niet of nauwelijks naar de meer waterrijke gebieden migreerden, komt waarschijnlijk doordat ze voldoende leefruimte hadden, en dus geen behoefte aan gebieden war ze gemakkelijk ten prooi zouden kunnen vallen aan de jagende cynodonten.

De regenval in Pangea was sterk afhankelijk van de geografische breedte. Hoewel de regenval en daarmee het klimaat in eerste instantie verantwoordelijk moet worden gehouden voor de scheiding tussen beide diergroepen, hangt die verspreiding dus ook direct samen met de geografische breedte.


Reconstructie van de cynodont Cynognathus
uit het Trias van Zuid-Afrika.

Referenties:
  • Whiteside, J.H., Olsen, P.E. & Kent, D.V., 2011. Climatically driven biogeographic provinces of Late Triassic tropical Pangea. Proceedings of the National Academy of the United States of America 108, p. 8972-8977.

Foto schedel: Brown University, Providence, RI (Verenigde Staten van Amerika); reconstructie Hypsognathus: H. Zell; reconstructie Cynognathus: Nobu Tamura.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl