NGV-Geonieuws 181 artikel 1199

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Juli 2011, jaargang 13 nr. 7 artikel 1199

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 181! Op de huidige pagina is alleen artikel 1199 te lezen.

<< Vorig artikel: 1198 | Volgend artikel: 1200 >>

1199 Antarctica kende 12 miljoen jaar geleden nog een toendra
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Antarctica kent nu geen plantengroei meer op het land; de laatste resten vegetatie - een toendra - verdwenen 12 miljoen jaar geleden op het noordelijk schiereiland. Dat blijkt uit een gedetailleerd onderzoek van dit gebied, waarbij de ontwikkeling van de vegetatie (voor zover aanwezig) en daarmee ook van het klimaat werd gereconstrueerd op basis van pollen (stuifmeel). Het onderzoek gaat terug tot enkele tientallen miljoen jaren geleden.

Tijdens het klimaatoptimum van 55 miljoen jaar geleden was Antarctica ijsvrij en bedekt met bossen. De grote ijskappen die het continent nu voor meer dan twee-derde van de oppervlakte bedekken, begonnen zo’n 38 miljoen jaar geleden te ontstaan. Het ijs rukte sindsdien steeds verder op (uiteraard naar het noorden) en het Antarctisch schiereiland, dat het verste van de zuidpool was verwijderd, viel als laatste slachtoffer aan het oprukkende ijs ten prooi. Voordien had het geruime tijd gediend als refugium: een plaats waar bepaalde planten en dieren konden overleven terwijl dat elders niet meer mogelijk was.

Het is nog steeds een punt van discussie in welk tempo het landijs op Antarctica zich uitbreidde. De nu op basis van pollen uitgevoerde reconstructie laat daar geen twijfel meer over bestaan: het was een langdurig, zeer geleidelijk proces dat zich moet hebben voltrokken onder invloed van atmosferische en oceanische veranderingen, maar ook van tektoniek. Het onderzoek, waarbij in drie jaar duizenden pollen uit de laatste 36 miljoen jaar werden verzameld, profiteerde van het feit dat veel pollen bewaard zijn gebleven in de modderige sedimenten net onder de zeespiegel nabij de kust.

De oudste onderzochte sedimenten (Laat-Eoceen) waren overigens niet eenvoudig te bemonsteren: ze zijn inmiddels bedekt door een sedimentpakket van zo’n 30 m dik, en het zeewater is de meeste tijd van het jaar bedekt met zeeijs. Het onderzoeksschip van waaraf boringen werden gezet om sedimentmonsters te verkrijgen, de Nathaniel B. Palmer, moest bovendien - wanneer het zeeijs was weggesmolten - beducht zijn voor ijsbergen.


Pollen van de boom Nothofagus fusca,
die 36 miljoen jaar geleden op Antarctica groeide.


Een recent exemplaar (in Nieuw-Zeeland)
van Nothofagus fusca
(Nieuw-Zeelandse rode beuk).


Een van de soorten pollen die werden aangetroffen in de sedimenten van 36 miljoen jaar oud waren die van Nothofagus fusca. Deze boom komt nu nog in Nieuw-Zeeland voor. Op basis van deze (en uiteraard veel meer andere) pollen kon de begroeiingsgeschiedenis worden gereconstrueerd. Daarvoor was het uiteraard ook nodig om de sedimenten te dateren. Daarnaast werd onderzocht hoe de gletsjers zich op Antarctica uitbreidden. Door al die gegevens te combineren, kon de ontwikkeling van Antarctica in kaart worden gebracht. Dat er 12 miljoen jaar geleden nog sprake was van een toendravegetatie, zij het alleen in een relatief klein refugium, kwam als een volslagen verrassing.


Bladeren van Nothofagus fusca.


Onderzoeksleider John Anderson voor de
kust van Antarctica aan boord van de
Nathaniel B. Palmer.


Referenties:
  • Anderson, J.B., Warny, S., Askin, R.A., Wellner, J.S., Bohaty, S.M., Kirshner, A.E., Livsey, D.N., Simms, A.R., Smith, T.R., Ehrmann, W., Lawver, A.R., Barbeau, D., Wise, S.W., Kulhenek, D.K. Weaver, F.M. & Majewski, W., 2011. Progressive Cenozoic cooling and the demise of Antarctica’s last refugium. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 108, p. 11356-11360.

Foto’s van de pollen en van Anderson: Rice University, Houston, TX (Verenigde Staten van Amerika). Foto van de boom: Rudolph89. Foto van de bladeren: Karuhoa.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl