NGV-Geonieuws 182 artikel 1201

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2011, jaargang 13 nr. 8 artikel 1201

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 182! Op de huidige pagina is alleen artikel 1201 te lezen.

<< Vorig artikel: 1200 | Volgend artikel: 1202 >>

1201 Augustus dino maand (1); Dino’s waren actieve dieren
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Dino’s en andere sauriërs blijken altijd op veel belangstelling te kunnen rekenen, ook bij de lezers van Geonieuws. Daarom wil ik de maand augustus maar eens helemaal aan dino’s wijden. Geïnteresseerde lezers zullen die bijdragen zeker opzoeken, en wie er niet erg in geïnteresseerd is en op vakantie gaat, mist niet veel.

Deze eerste bijdrage gaat over de veel bediscussieerde vraag of dino’s warmbloedige, actieve dieren waren, of dat het - zoals tot voor enkele jaren vrijwel algemeen werd aangenomen - wat slome, koudbloedige dieren waren. Het ziet er steeds meer naar uit dat het warmbloedige dieren waren en daarvoor zijn nu weer nieuwe aanwijzingen gevonden. Het gaat daarbij om ‘gaatjes’ in sommige dinobotten.

De dijbenen van mensen en veel andere hogere diergroepen bevatten namelijk aan de binnenkant kleine gaatjes die dienen om bloed naar de levende cellen in die botten te transporteren. Dat bloed is gewoonlijk afkomstig van een enkele slagader. De grootte van die gaatjes is gerelateerd aan de maximale inspanning die iemand kan leveren bij fysieke inspanning. Hoe groter de gaatjes, hoe meer bloed - en daarmee ook hoe meer zuurstof - erdoor aan de cellen geleverd kan worden. Dat is van belang omdat de cellen in de botten veel zuurstof verbruiken bij hun activiteiten.

Professor Seymour van de Universiteit van Adelaide vroeg zich af of de grootte van de gaatjes ook een aanwijzing vormde voor de hoeveelheid bloed die nodig was om de botten in goede staat te houden. Het ligt immers voor de hand dat zeer actieve dieren gemakkelijk meer ‘minibreukjes’ in het bot krijgen dan dieren die weinig actief zijn. Dat vereist meer reparatie-activiteiten en dus ook meer aanvoer van zuurstofrijk bloed. Om dat na te gaan maten hij en zijn mede-onderzoekers de grootte van de gaatjes bij tal van recente zoogdieren en reptielen, van muizen tot olifanten, en van hagedissen tot krokodillen. Ook stelden ze voor al deze dieren vast hoe actief ze relatief ten opzichte van elkaar waren. Het resultaat was zonder meer duidelijk: er bestaat een ondubbelzinnig verband tussen de grootte van de gaatjes en de mate van actief gedrag.


Het dijbeen van Centrosaurus apertus
met daaronder een detail van het bot met
een van de ‘gaatjes’ (foto Donald Henderson).


Relatie tussen lichaamsgrootte en
bloedtoevoer (tekening Roger Seymour)


Gewapend met die kennis werden vervolgens de botten van tien dinosoorten onderzocht. De dino’s behoorden tot vijf verschillende taxa en omvatten zowel op twee als op vier poten lopende soorten (vleeseters en herbivoren), waarvan de veronderstelde gewichten uiteenliepen van ca. 50 tot ca. 20.000 kg. Het bleek, uiteraard rekening houdend met de grootte van de dieren, dat alle dino’s in hun dijbenen gaatjes vertoonden die groter waren dan die van even grote zoogdieren. Dat sluit precies aan bij de recente bevinding (zie Geonieuws 1194) dat de lichaamstemperatuur van dino’s hoger was dan die van zoogdieren. Volgens Professor Seymour kan daaruit worden afgeleid dat alle groepen dino’s zeer actief waren, en dat het zeer waarschijnlijk, ook warmbloedige dieren waren.


Onderzoeksleider Roger Seymour.

Referenties:
  • Seymour, R.S., Smith, S.L., White, C.R., Henderson, D.M. & Schwarz-Wings, D., 2011. Blood flow to long bones indicates activity metabolism in mammals, reptiles and dinosaurs. Proceedings of the Royal Society B, doi:1098/rspb.2011.0968.

Foto’s: University of Adelaide, SA (Australië).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl