NGV-Geonieuws 182 artikel 1203

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2011, jaargang 13 nr. 8 artikel 1203

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 182! Op de huidige pagina is alleen artikel 1203 te lezen.

<< Vorig artikel: 1202 | Volgend artikel: 1204 >>

1203 Augustus dino maand (3): Daemonosaurus, een ‘missing link’
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De oudst bekende dino’s liepen op hun achterpoten. Ze leefden ongeveer 230 miljoen jaar geleden (Laat-Trias) in het gebied dat nu door Argentinië en Brazilië wordt ingenomen, en het waren vleeseters, zoals Herrerasaurus. De plaats van deze vroege dino’s in de evolutie is altijd problematisch geweest, omdat er geen restanten van dino’s bekend zijn uit de periode van enkele tientallen miljoenen jaren die op deze vroege vondsten volgt. Nu zijn echter in de Amerikaanse staat New Mexico restanten gevonden van een dino die een deel van dit hiaat opvult. Het gaat om Daemonosaurus chauliodus, die ongeveer 205 miljoen jaar geleden leefde (einde van het Trias) en die, in tegenstelling tot zijn vroege voorgangers, op vier poten liep. Zijn geslachtsnaam ontleent hij aan de vindplaats, Ghost Ranch (het Griekse woord ‘daimon’ betekent ‘duivel’ of ‘duivelse geest’, terwijl ‘saurus’ ‘reptiel’ of ‘hagedis’ betekent. De soortnaam refereert aan zijn schuin naar voren gerichte tanden.


Reconstructie van de kop van
Daemonosaurus chauliodus.


De fossiele schedel in het Carnegie
Museum of Natural History.


De vondst bestaat uit een schedel en enkele nekwervels. De schedel is zo’n 13 cm lang; hij is smal en hoog, en bevat relatief grote oogkassen. Een dergelijke schedel is zeer uitzonderlijk bij dino’s. De bovenkaak heeft monsterachtig grote, naar voren gerichte tanden, wat erop wijst dat het een schrikwekkende vleeseter was (met de grootte van een Duitse herder); dat was niet verwacht van dino’s uit deze relatief vroege fase van hun evolutionaire ontwikkeling. In feite werd tot nu toe gedacht dat de groep waartoe de vroegst bekende dino’s behoorden was uitgestorven, en dat daarnaast een andere (primitieve) groep moest hebben bestaan waaruit de ‘normale’ (neotherapode) dino’s zijn voortgekomen. Daemonosaurus blijkt echter een tussenvorm te vertegenwoordigen: de schedel en de nekwervels wijzen op een evolutiestadium tussen dat van zijn Zuid-Amerikaanse voorgangers en de (veel beter bekende) latere therapode dino’s. Deze ‘missing link’ wijst er dus op dat de latere dino’s toch uit de oudere groep zijn voortgekomen. Een van de kenmerken die hier ook op wijst bestaat uit holtes in sommige nekwervels die verband houden met zijn ademhalingssysteem.

Daemonosaurus is niet alleen van belang omdat hij een evolutionaire schakel tussen de oude therapoden en en neotherapode dino’s vertegenwoordigt, maar ook omdat de vondst aangeeft dat de dino’s zich in het Trias niet beperkten tot Zuid-Amerika, maar ook elders voorkwamen.


Daemonosaurus had de grootte
van een flinke hond.

Referenties:
  • Sues, H.-D., Nesbitt, S.J., Berman, D.S. & Henrici, A.C., 2011. A late surviving basal theropod dinosaur from the latest Triassic of North America. Proceedings of the Royal Society B, doi:10.1098/rspb.2011.0410.

Illustraties: Smithsonian Institution, Washington, DC (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl