NGV-Geonieuws 182 artikel 1206

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2011, jaargang 13 nr. 8 artikel 1206

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 182! Op de huidige pagina is alleen artikel 1206 te lezen.

<< Vorig artikel: 1205 | Volgend artikel: 1207 >>

1206 Augustus dino maand (6): Gebroken dino-ei vormde vroegtijdige voedselbank
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De ca. 70 miljoen jaar oude (Laat-Krijt) Allen-Formatie in Patagonië (Argentinië) is al decennia lang bekend vanwege het voorkomen van nesten met dino-eieren, gewoonlijk afkomstig van sauropoden (de groep waartoe destijds de zeer grote, herbivore dino’s met een lange nek behoorden). Sommige van die eieren bevatten zelfs embryo’s (zie Geonieuws 161).

Maar deze eieren blijken nog meer interessante dingen te herbergen. Zo werd pas onlangs vastgesteld dat in een al voor zijn fossilisatie gebroken ei uit een dino nest acht merkwaardige structuren aanwezig zijn. Ze hebben de vorm van een worstje en zijn 2-3 cm lang en ca. 1 cm in doorsnede. Die vorm deed denken aan fossiele cocons van insecten, en ook aan de cocons van sommige recente wespensoorten. Genoeg reden dus voor verder onderzoek.


Nest met vijf dino-eieren op de fossiele
bodem in de Allen-Formatie.De pijl geeft
het ei met de cocons aan (schaalstreep 2 cm).


Het ei met 8 cocons in bovenaanzicht (A)en in zij-aanzicht (B) (schaalstreep 5 cm).


Fossiele cocons zijn weliswaar niet uiterst zeldzaam, en dino-eieren zijn zelfs vrij algemeen (en ook voor een zacht prijsje te koop), maar een combinatie van cocons en dino-eieren was tot nu toe onbekend; sterker nog: nooit eerder waren de (fossiele) cocons van insecten in of bij een fossiel ei aangetroffen. Maar het onderzoek liet er geen twijfel over bestaan: het ging inderdaad om de cocons van wespen. Dat houdt in dat wespen gedurende het Laat-Krijt waarschijnlijk al deel uitmaakten van een voedselketen die in eerste instantie vooral bestond uit aasetende insecten, waarvoor rottende eieren de belangrijkste voedselbron vormden. Tot die voedselketen behoorden ongetwijfeld ook spinnen, kevers en andere insecten.
Het is bekend (zoals ook blijkt uit de talloze films waarin onderzoek naar een doodsoorzaak - en vooral het tijdstip van overlijden - wordt gedaan) dat de groep van dieren die zich aan dode dieren (of mensen of eieren) tegoed doen, met verloop van tijd in samenstelling verandert. Een soortgelijke analyse van de ‘misdaad met het dino-ei’ geeft aan dat het dino-ei met kracht moet zijn gebroken, en dat de zo ontwikkelde scheuren de aaseters toegang gaven tot de inhoud van het ei. Met die aaseters liep het overigens ook niet altijd goed af, want na verloop van tijd moet deze ‘voedselbank’ andere dieren hebben aangetrokken die zich juist met de aaseters voedden. De wespen waarvan de cocons nu gevonden zijn, vormden de top van de voedselketen, en hebben zich mogelijk gevoed met de insecten en spinnen die zich eerder tegoed hadden gedaan aan de aaseters die op het rottende ei waren afgekomen.


Detail van de buitenkant van een
van de cocons (A; schaalstreep 1 cm)
en in doorsnede (B); schaalstreep 0,1 mm)


Recente cocons (ter vergelijking) van
een wesp (linksboven), een kever
(rechtsboven en linksmidden) en een
mot (rechtsmidden)Ook: cocons in een mierennest
(linksonder) en een cocon met een gerimpelde
buitenkant (rechtsonder).


Referenties:
  • Genise, J.F. & Sarzetti, L.C., 2011. Fossil cocoons associated with a dinosaur egg from Patagonia, Argentina. Palaeontology 54, p. 815–823.

Foto’s (uit het aangehaalde artikel): Wiley-Blackwell.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl