NGV-Geonieuws 10 artikel 121

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Februari 2001, jaargang 3 nr. 1 artikel 121

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 10! Op de huidige pagina is alleen artikel 121 te lezen.

<< Vorig artikel: 120 | Volgend artikel: 122 >>

121 Uitsterven van reuzenhert vond pas plaats in Holoceen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het reuzenhert (Megaloceras giganteus) blijkt later uitgestorven te zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Hij overleefde - in tegenstelling tot veel andere grote zoogdieren - de overgang van de laatste ijstijd naar de huidige, warmere tijd (het Holoceen). Daarmee zal de discussie over de mogelijke invloed van de mens (jacht) op dat uitsterven zeker weer oplaaien.

Het reuzenhert was een imposante verschijning. Uit de talrijke gevonden skeletten blijkt dat volwassen exemplaren een schofthoogte hadden van meer dan twee meter. Het gewei bereikte een spanbreedte tot 3,6 m. Veel van deze geweien zijn gevonden in Ierse moerassen, en veel Ieren hebben er zelfs tuinhekjes van gemaakt. Fossiele reuzenherten zijn bekend van omstreeks 400.000 jaar geleden; ze bereikten hun hoogtepunt tijdens een relatief warme periode (Allerød, 12.000-11.000 jaar geleden) gedurende het einde van de laatste ijstijd.


MEGALOCERAS GIGANTEUS

Engelse onderzoekers berichten over dateringen die op fossiele restanten van enkele Ierse, Schotse en van het eiland Man afkomstige reuzenherten zijn uitgevoerd. Dit gebeurde met zogeheten accelerator mass spectroscopy (AMS), waardoor nauwkeurige C-14 bepalingen mogelijk werden. Het jongste Ierse reuzenhert bleek van 9225 (±85) jaar BP te dateren; een hert uit Schotland van 9430 (±65) BP. Dit betekent dat deze exemplaren ruimschoots jonger zijn dan de overgang van de laatste ijstijd naar het Holoceen, omstreeks 10.000 jaar geleden.

Opvallend is wel dat de als uit het Holoceen stammend gedateerde exemplaren kleiner zijn dan hun voorgangers, maar hun schedel nam minder in afmeting af, zodat ze juist een relatief grote kop hadden; dat is overigens een niet ongewoon verschijnsel bij dwergpopulaties (voor zover daar bij een reuzenhert van gesproken kan worden). De afname in lichaamsgrootte gedurende het Holoceen kan aan een aantal factoren worden toegeschreven, waarbij een tekort aan voedsel (als gevolg van het verdwijnen van planten onder invloed van het veranderende klimaat) naar alle waarschijnlijkheid een belangrijke rol hebben gespeeld. Die factoren kunnen zeker de populatiegrootte hebben beïnvloed, maar veel onderzoekers kennen ook een rol toe aan de mens als jager. Die hypothese wordt echter steeds minder aannemelijk, omdat het reuzenhert onder meer op Man en in Ierland al was uitgestorven voordat de mens er op deze soort begon te jagen.

Omdat ook van de mammoet recentelijk is vastgesteld dat hij op het eiland Wrangel in Siberië tot in het Holoceen heeft geleefd, lijkt het steeds waarschijnlijker dat diverse grote zoogdieren niet op het einde van de laatste ijstijd overal zijn uitgestorven, maar dat ze nog geruime tijd hebben overleefd op eilanden en langs de kusten van het continent, waar kennelijk de druk minder groot was.

Referenties:
  • Referentie
  • Gonzalez, S., Kitchener, A.C. & Lister, A.M., 2000. Survival of the Irish elk into the Holocene. Nature 405, p. 753-754.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Reuzenhert leefde ook nog na afloop van de laatste ijstijd' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (1 juli 2000).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl