NGV-Geonieuws 182 artikel 1210

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2011, jaargang 13 nr. 8 artikel 1210

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 182! Op de huidige pagina is alleen artikel 1210 te lezen.

<< Vorig artikel: 1209 | Volgend artikel: 1211 >>

1210 Augustus dino maand (10): Dino’s op de Zuidpool
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Dino’s kwamen in hun bloeitijd over de hele aarde voor, ook op de polen. Zo leefden er in het Albien (de jongste etage van het Vroeg-Krijt) binnen de poolcirkel van de toenmalige zuidpool diverse soorten dino’s. Dat is op zich niet verwonderlijk, want de geografische zuidpool (die destijds werd ingenomen door wat nu de Australische staat Victoria is) had een alleszins behoorlijk klimaat. Een groep van meer dan 20 sporen langs de kust van Victoria in het Otways National Park) vormt zelfs de grootste verzameling van dinosporen die ooit op het zuidelijk halfrond zijn aangetroffen. Het gaat om dino’s met drie tenen, allemaal theropoden (op hun achterpoten lopende vleeseters), van verschillende afmetingen. De kleinste moet het formaat hebben gehad van een kip, de grootste die van een reiger.


Blok met dinosporen uit de Eumeralla Formatie.


Uitvergroting van de pootafdruk van
het in de andere foto aangewezen spoor.


De sporen komen voor in een zandsteenpakket van ongeveer 105 miljoen jaar oud. Ze zijn helaas niet in het vaste gesteente aangetroffen, maar in grote blokken die van de rotskust zijn afgevallen. Een van die blokken bevat zo’n 15 pootafdrukken. Een ander bevat 8 afdrukken. Beide blokken lijken uit dezelfde laag afkomstig, maar die laag werd nog niet herkend in het gesteentepakket, dat werd afgezet in een riviervlakte.

In een andere bijdrage, waaraan ook twee auteurs van het ‘sporen-artikel’, meewerkten, wordt ingegaan op de omstandigheden waaronder de pooldino’s leefden. Omdat het desbetreffende gebied destijds binnen de poolcirkel lag, waren er uiteraard, net als nu, seizoenen. Gedurende de winter was het poolgebied langdurig donker, en in de zomer werd het nauwelijks of geheel niet donker. Aan dergelijke omstandigheden passen dieren zich in het algemeen goed aan, en ook van dino’s zijn tal van aanpassingen aan bijzondere omstandigheden bekend.


Anthony Martin, onderzoeksleider
van de dinosporen.


Doorsnede door één van de onderzochte dinobotten.


Ook werd van dino’s tot nu toe aangenomen dat ze zich aan de lange poolwinters hadden aangepast. Dat zou dan, net zoals bij bijv. ijsberen, ook tot uitdrukking moeten komen in hun botten. Die vertonen namelijk groeilijnen, en een lange poolwinter komt daarin duidelijk tot uiting ( bijv. bij ijsberen). Bij de pooldino’s is dat echter niet het geval. Dat blijkt uit analyse van de botten van 17 dino’s die tussen 112 en 100 miljoen jaar geleden leefden en die in de afgelopen 30 jaar zijn verzameld. Ze vormen nu een bijzondere collectie van het Melbourne Museum. Van de 17 dino’s waren er 16 herbivoor (de resterende dino was uiteraard een carnivoor).

De bevinding is in tegenspraak met een eerdere studie waarin de microstructuur van de botten van pooldino’s werd bekeken, en waaruit zou blijken dat veel pooldino’s zich aan de lange poolwinter hadden aangepast door een winterslaap te houden, hoewel andere dino’s ook in de poolwinter actief bleven. Dat werd opgemaakt uit groeilijnen (te vergelijken met boomringen), waaruit bleek dat er duidelijke perioden waren waarin de botten niet aangroeiden. Dat werd destijds geïnterpreteerd als een bewijs voor een winterslaap. Inmiddels is echter gebleken dat ook dino’s die op veel lagere breedte leefden, ook dergelijke groeiringen vertonen, terwijl ze daar bepaald geen behoefte hadden aan een winterslaap.


Groeilijnen (zie pijltjes) in één
van de dinobotten.


Holly Woodward, onderzoekleidster van
de dinobotten.


Referenties:
  • Martin, A.J., Rich, Th.H., Vickers-Rich, P. & Vazquez-Prokopec, G., 2011. A polar dinosaur-track assemblage from the Eumeralla Formation (Albian), Victoria, Australia. Alcheringia, doi:10.1080/03115518.2011.597564.

  • Woodward, H.N., Rich, Th.H., Chinsamy, A. & Vickers-Rich, P., 2011. Growth dynamics of Australian polar dinosaurs. PloS ONE, doi:10.1371/journal.pone.0023339.

Foto’s van de sporen: Anthony Martin, Emory University, Atlanta, GA; foto’s van de botten: Holly Woodward: Montana State University, Bozeman, MT (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl