NGV-Geonieuws 183 artikel 1211

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


September 2011, jaargang 13 nr. 9 artikel 1211

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 183! Op de huidige pagina is alleen artikel 1211 te lezen.

<< Vorig artikel: 1210 | Volgend artikel: 1212 >>

1211 Vreemde insecten geven inzicht in ontwikkeling van vleugels
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In het Onder-Krijt van Zuid-Amerika zijn fossiele insecten ontdekt die inzicht geven in de ontwikkeling van vleugels bij deze diergroep. Het gaat om exemplaren die gerekend worden tot een nieuwe orde (de Coxoplectoptera), en die dus ook tot een nieuw geslacht en een nieuwe soort moeten worden gerekend. Het gaat om minimaal één nieuwe soort (Mickoleita longimanus), maar diverse exemplaren, die ook tot het geslacht Mickoleita lijken te behoren, konden niet tot op soortniveau worden gedetermineerd. Eén van de bijzondere aspecten van de vondst is dat er zowel volwassen exemplaren als larven zijn aangetroffen.


Een volwassen exemplaar van
Mickoleita longimanus.


Detail van de kop van een van de
gevonden Coxoplectoptera.


Het gaat om bizarre insecten, die lijken te zijn samengesteld uit onderdelen zoals die van andere typen insecten bekend zijn. Zo vertonen ze vleugels met een patroon van aderen dat lijkt op dat van ééndagsvliegen, de borst van libelles (waarmee ook de vorm van hun vleugels overeenkomt), en de poten van een bidsprinkhaan. Op basis van hun kenmerken lijken ze het meest verwant aan eendagsvliegen (zie ook Geonieuws 1198), maar ze vertonen een andere anatomie; die wijkt af van de anatomie van alle bekende typen insecten, dus ook van die van de ééndagsvliegen. De larven lijken op kleine garnalen en moeten vrij willoos in het water hebben rondgedobberd.

De leefwijze van deze insecten, die op grond van de reconstructie van hun leefmilieu kon worden geïnterpreteerd, was anders dan ‘normaal’. Ze leefden duidelijk in een fluviatiel milieu, maar het moeten rovers zijn geweest die hun prooi vanuit een hinderlaag opwachtten, waarschijnlijk deels met hun achterlijf verstopt in een holte die ze in de rivierbedding uitgroeven.

Uit evolutionair oogpunt zijn de ontdekte fossielen van groot belang, omdat ze aanwijzingen geven hoe de vleugels van deze (en andere?) insecten zich hebben ontwikkeld. Het lijkt erop dat die ontstonden door een uitgroei van beplating van de borstkas. De genen die ook verantwoordelijk waren voor de ontwikkeling van de poten, zouden dan mogelijk ook aan de verdere ontwikkeling van de vleugels kunnen hebben bijgedragen.


De garnaalachtige larve van Mickoleita sp.

Referenties:
  • Staniczek, A.H., Bechly, G. & Godunko, R.J., 2011. Coxoplectoptera, a new fossil order of Palaeoptera (Arthropoda: Insecta), with comments on the phylogeny of the stem group of mayflies (Ephemeroptera). Insect Systematics & Evolution 42, p. 101 138.

Foto’s uit het aangehaalde artikel.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl