NGV-Geonieuws 10 artikel 122

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Februari 2001, jaargang 3 nr. 1 artikel 122

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 10! Op de huidige pagina is alleen artikel 122 te lezen.

<< Vorig artikel: 121 | Volgend artikel: 123 >>

122 Bouwstenen voor leven mogelijk in heelal ontstaan
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In 1953 voerde Stanley Miller een beroemd geworden experiment uit. Daarbij stuurde hij, onder laboratoriumcondities, elektrische ontladingen door een mengsel van methaan, ammonia, waterstof en water. Die componenten vormen namelijk volgens de meeste deskundigen de hoofdbestanddelen van de vroege aardatmosfeer. Het was toen ook aanzienlijk warmer dan nu, en Miller voerde zijn experiment dan ook uit bij verhoogde temperatuur. Bij dat experiment ontstonden complexe moleculen, inclusief aminozuren (die een essentieel bestanddeel vormen van levende organismen). Het experiment van Miller kreeg veel belangstelling, omdat zo was aangetoond dat belangrijke stappen op weg naar de ontwikkeling van leven van nature konden zijn gezet op de vroege aarde.

Toch kan het werk van Miller niet beschouwd worden als een bewijs voor het mogelijk ontstaan van leven. Daarvoor moet namelijk aan meer criteria worden voldaan. Die betreffen onder meer de vorming van een cel, waarin de diverse voor het leven noodzakelijke processen zich als het ware afgeschermd van de vijandige buitenwereld kunnen afspelen. Om een cel te krijgen, moet er een celwand worden gevormd. Door die celwand moeten stoffen met de buitenwereld kunnen worden uitgewisseld; het gaat in feite dus om een soort membraan, en dat is een complexe structuur waarvan tot nu toe niet duidelijk was hoe die heeft kunnen ontstaan.

Een nieuw experiment heeft ook daar nu inzicht in geboden. Enkele Amerikaanse onderzoekers hebben daartoe de omstandigheden nagebootst zoals die in dichte interstellaire gaswolken plaatsvinden. Daarbij werd een mengsel van methanol, water, ammonia en koolmonoxide bij een temperatuur van slechts zo’n 15 °C boven het absolute nulpunt, onder omstandigheden van uiterst ijle druk, gedurende vijf weken blootgesteld aan een zeer sterke straling van ultraviolet licht. Hierbij ontstonden complexe moleculen, waaronder verbindingen die grote overeenkomst vertonen met vetzuren. Onder omstandigheden waarin water in overvloed aanwezig is, vormen dergelijke moleculen een soort holle bolletjes, die kunnen worden beschouwd als een soort membraan.

Met kometen en andere vaste hemellichamen zouden deze in de interstellaire ruimte in principe op aarde terecht kunnen zijn gekomen. Met de op aarde reeds aanwezige aminozuren en andere essentiėle verbindingen zou zo een belangrijke stap naar het ontstaan van zichzelf reproducerende, levende organismen zijn gezet. Of dat werkelijk ook zo gebeurd is, is uiteraard (nog?) moeilijk te bewijzen.

Referenties:
  • Dworkin, J.P., Deamer, D.W., Sandford, S.A. & Allamandola, L.J., 2001. Self-assembling amphiphilic molecules: synthesis in simulated interstellar/precometary ices. Proceedings of the National Academy of Sciences 98, p. 815-819.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl