NGV-Geonieuws 184 artikel 1225

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Oktober 2011, jaargang 13 nr. 10 artikel 1225

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 184! Op de huidige pagina is alleen artikel 1225 te lezen.

<< Vorig artikel: 1224 | Volgend artikel: 1226 >>

1225 Onverwachte relaties tussen mollusken
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Mollusken vormen een uitgebreide groep in het water levende dieren, die voor het merendeel een schelp hebben. Vanaf het Cambrium komen ze in grote hoeveelheden voor (er bestaat discussie of sommige organismen uit de oudere Ediacara-fauna, zoals Kimberella, ook al tot de mollusken zouden kunnen behoren) en daarom zijn ze voor de biostratigrafie van groot belang. Er zijn meer dan 100.000 recente soorten bekend (waarmee de mollusken na de arthropoden - waartoe de insecten behoren - het grootste phylum vormen), waarvan gastropoden ruim 70% uitmaken en de bivalven zo’n 25%.


Kimberella quadrata, een
Precambrisch fossiel waarvan sommigen
menen dat hij tot de mollusken gerekend
moet worden.


Arctica islandica, een tot de
tweekleppigen (bivalven) behorende mollusk,
bestaat waarschijnlijk al meer dan 500
miljoen jaar (foto Christiane Todt).


De mollusken omvatten diverse klassen, waarvan de vertegenwoordigers op het eerste gezicht vaak weinig gemeen hebben. Algemeen bekende klassen, die ook van groot belang zijn voor de biostratigrafie, zijn - naast de gastropoden - de bivalven (tweekleppigen, vroeger gewoonlijk lamellibranchiaten genoemd), de cephalopoden (inktvissen, met de bekende ammonieten en belemnieten) en - in veel mindere mate - de scaphopoden (tandschelpen of stoottanden). Biostratigraphisch van geen belang zijn de klassen van de aplacophoren, de monoplacophoren, de polyplacophoren en de rostroconchiën. We laten die hier dus maar even rusten.


Limacina clavigera is een
kleurrijke gastropode uit Scandinavië
(foto Christiane Todt).


Loligo vulgaris (gewone pijlinktivis),
een van de bekendste recente cephalopoden
(foto Hans Hillewaert).


De onderlinge relaties tussen al deze klassen was in de afgelopen 200 jaar onderwerp van veel discussies. Tot nu toe werd aangenomen dat de gastropoden en de cephalopoden de meest verwante klassen waren. Die aanname was vooral gebaseerd op het feit dat de soorten van deze twee klassen de best ontwikkelde hersenen hebben. Er bestonden voor deze hypothese echter geen ‘harde’ bewijzen. Het onderwerp krijgt niettemin al lang veel interesse, niet alleen omdat bivalven, gastropoden en inktvissen van groot economisch belang zijn, maar ook omdat ze een grote rol spelen in de voedselkringloop en daarmee in de ecologie; het verdwijnen van bepaalde soorten kan daarom regionaal desastreus uitpakken. Daarnaast bestaat er veel belangstelling voor de mollusken vanuit de neurologie, omdat veel soorten kunnen worden gebruikt als model voor de bestudering van zenuwcellen en van de hersenen. De mariene gastropode Aplysia californica wordt zelfs gebruikt voor onderzoek naar het vermogen om dingen te leren en voor geheugenonderzoek.


Antalis vulgaris, een recente
scaphopode (foto Hans Hillewaert).


De schelploze, mariene Wirenia argentea,
behorend tot de klasse der Aplacophora, heeft
weinig kans te fossiliseren (foto Christiane Todt).


De verwantschappen tussen de diverse groepen en de daartoe behorende soorten is nu op ‘moderne’ wijze onderzocht. Daartoe werden bij 49 soorten de posities van 84.000 aminozuren op 308 genen bepaald. Uit dat onderzoek bleek dat niet gastropoden en cephalopoden het nauwst met elkaar verwant zijn, maar gastropoden en bivalven.


De enige overgebleven nautiloïde,
Nautilus, is de enige recente
cephalopode met een uitwendige schelp
(foto J. Baecker).


De ammonieten, zoals dit geopaliseerde
exemplaar, vormen een groep van uitgestorven
cephalopoden.



Theodoxus fluviatilis is een
gastropode die in rivieren voorkomt,
onder andere in de Rijn (foto Christof Kühne).


Aplysia californica, een mariene gastropode,
wordt gebruikt voor onderzoek naar geheugenwerking
en leercapaciteit (foto Robbert Todd).


Referenties:
  • Kocot, K.M., Cannon, J.T., Todt, Ch., Citarella, M.R., Kohn, A.B., Meyer, A., Santos, S.R., Schander, Ch., Moroz, L.L., Lieb, B. & Halanych, K.M., 2011. Phylogenomics reveals deep molluscan relationships. Nature 477, p. 452-456.

Foto’s van Theodoxus, Wirenia en de recente gastropoden: Johannes Gutenberg Universität, Mainz (Duitsland).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl