NGV-Geonieuws 185 artikel 1235

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


November 2011, jaargang 13 nr. 11 artikel 1235

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 185! Op de huidige pagina is alleen artikel 1235 te lezen.

<< Vorig artikel: 1234 | Volgend artikel: 1236 >>

1235 Lopen en draaien op 33 paar poten
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Ongeveer een half miljard jaar geleden liep er een rover over de bodem van de zee. Op de modderige bodem liet hij diverse sporen achter. Van deze rover waren ook al eerder sporen aangetroffen, en zelfs was bekend van wat voor dier deze afkomstig waren. Het ging om de sporen van Tegopelte gigas, een van de grootste arthropoden van zijn tijd; hij kon tot ca. 30 cm lang worden.

Van dit dier was inmiddels al het een en ander bekend; de tot nu toe gevonden exemplaren komen namelijk alle uit de Burgess Shale, een formatie die beroemd is doordat er veel fossielen in zijn aangetroffen waarvan ook de weke bestanddelen goed zijn gefossiliseerd. Zo is het mogelijk gebleken om van veel van deze dieren, die kort na de zogeheten Cambrische explosie (van leven met schelpen of andere vormen van een uitwendig skelet) leefden, een redelijk betrouwbare reconstructie te maken. Dat geldt ook voor Tegopelte. Het was een dier dat een beetje aan een rups deed denken; het had een zachte ‘schelp’ op zijn rugzijde, en het was voorzien van 33 paar poten.


De sporen. In figuur linksonder draaide
Tegopelte zich om
(foto Royal Ontario Museum).


Reconstructie (door Mariahue Collins)
van Tegopelte gigas.


Met die 33 paar poten liet hij loopsporen achter. Bij een van die loopsporen is het dier zelf gevonden, zodat er zekerheid bestaat dat bepaalde sporen van dit dier afkomstig zijn. De sporen die nu zijn aangetroffen zijn zo duidelijk, zo lang en ook zo gevarieerd (zo blijkt het dier niet voornamelijk rechtuit te zijn gelopen, maar boog hij ook af en draaide hij zelfs zijn looprichting om - waarschijnlijk bij het opmerken van een mogelijke prooi) dat de onderzoekers in staat waren om zijn wijze van voortbewegen te reconstrueren.

Zo kon worden vastgesteld dat het dier in staat was om de zeebodem in hoog tempo af te struinen, waarbij zijn pootjes het sedimentoppervlak slechts kort en licht aanraakten. Een dergelijke wijze van voortbewegen zien we momenteel bij relatief grote mariene rovers die aan de top van de voedselcyclus staan. Tegopelte heeft daarom waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de ecosystemen op de zeebodem, en daarmee ook op de evolutie die kort na de Cambrische explosie plaatsvond.

De Burgess Shale bevat zoveel bijzondere (en goed gepreserveerde) fossielen dat er, nadat dit meer algemeen bekend raakte, veel op de fossielen werd ‘gejaagd’. Dat heeft ertoe geleid dat deze gesteenten in een groot gebied in 1981 zijn opgenomen op de lijst van de UNESCO World Heritage Sites, en dat er alleen met een speciale vergunning fossielen mogen worden gezocht voor wetenschappelijk onderzoek. De hier beschreven sporen van Tegopelte werden aangetroffen in het Yoho National Park in de Canadese provincie Brits Columbia, nabij de plaats Field. De sporen zijn nu te bewonderen in het Royal Ontario Museum in Toronto.


Mount Field met de beroemde Burgess Shale
(foto Jean-Bernard Caron/Royal Ontario Museum).

Referenties:
  • Minter, N.J., Gabriela Mángano, M. & Caron, J.-B., 2011. Skimming the surface with Burgess Shale arthropod locomotion. Proceedings of the Royal Society B, doi:10.1098/rspb.2011.1986.

Foto’s: University of Saskatchewan, Saskatoon, SK (Canada).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl