NGV-Geonieuws 185 artikel 1238

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


November 2011, jaargang 13 nr. 11 artikel 1238

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 185! Op de huidige pagina is alleen artikel 1238 te lezen.

<< Vorig artikel: 1237 | Volgend artikel: 1239 >>

1238 Pliocene haai viel walvis aan
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De natuur is niet vriendelijk: het is eten of gegeten worden. Dat is natuurlijk niet alleen nu zo, maar dat gold ook in het geologische verleden. Een enkele maal kunnen van de strijd om het bestaan de sporen worden teruggevonden, meestal in de vorm van de tandafdrukken die grote rovers (zoals sauriërs) achterlieten op botten (bijtsporen). In enkele zeldzame gevallen blijkt het prooidier de aanval te hebben overleefd, zoals valt op te maken uit hersteld botweefsel (zie Geonieuws 1174).


Het botfragment met de bijtsporen.


De enorme kaken van Carcharocles megalodon.


De vondst van een botfragment van een Pliocene walvis toont ook een aanval die niet direct dodelijk was en die leidde tot een gedeeltelijk herstel. Op het fragment zijn drie tandafdrukken waar te nemen die - volgens deskundigen op het gebied van botziektes, botafwijkingen e.d. - aangeven dat de walvis moet zijn gebeten door een dier met sterke kaken. Het moet ook een dier met flinke afmetingen zijn geweest, zoals blijkt uit de afstand van zo’n 6 cm tussen de opeenvolgende bijtsporen. Hoewel er in de betrokken afzetting fossiele resten zijn gevonden van tal van grote rovers zoals Carcharodon carcharias, Isurus xiphidon and Parotodus benedeni, houden de onderzoekers het voor het meest waarschijnlijk dat de rover een grote haai was, Carcharocles megalodon, die afmetingen kon bereiken tot 15 m (overigens was de aanvaller van de walvis waarschijnlijk ‘slechts’ zo’n 4-8 m lang) en die geldt als een van de grootste roofdieren die ooit de aarde bevolkten. Zijn tanden (de soortnaam megalodon betekent ‘met de grote tanden’) zijn een gewild verzamelobject.

De aanval moet in zoverre succesvol zijn geweest dat er waarschijnlijk een groot stuk vlees van de walvis is afgescheurd. Verder moeten de verwondingen zijn meegevallen, want het botfragment is overdekt met een type bot dat snel wordt gevormd wanneer er plaatselijk een infectie is opgetreden. Dat er inderdaad een dergelijke infectie is opgetreden blijkt uit CT-scans van het beenmerg.

Hoewel de aanval van de haai op de walvis niet direct dodelijk was, moest de walvis de aanval mogelijk uiteindelijk toch met de dood bekopen, zoals de onderzoekers opmaken uit het onvolledige herstel van het bot. Zijn dood moet zo’n 2-6 weken na de aanval zijn gekomen. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat de dood samenhangt met de opgelopen verwonding, maar de onderzoekers kunnen geen doodsoorzaak opmaken uit het gevonden materiaal.


De tanden zijn een gewild verzamelobject.


De haai in de aanval op de walvis
(tekening Timothy Scheirer, © CMM)


Referenties:
  • Kallal, R.J., Godfrey, S.J. & Ortner, D.J., 2011. Bone reactions on a Pliocene cetacean rib indicate short-term survival of predation event. International Journal of Osteoarchaeology, doi:10.1002/oa.1199

Foto bot en tekening: Smithsonian Institute (Washington, DC); foto kaken: American Museum of Natural History (Washington, DC); foto tand: Lonfat.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl