NGV-Geonieuws 186 artikel 1241

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


December 2011, jaargang 13 nr. 12 artikel 1241

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 186! Op de huidige pagina is alleen artikel 1241 te lezen.

<< Vorig artikel: 1240 | Volgend artikel: 1242 >>

1241 Een stukje snavel van een vliegende reus
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Sommige tand-dragende pterosauriŽrs moeten in het Krijt ontzagwekkende afmetingen hebben bereikt. Weliswaar niet zo groot als de azhdarchiden (een groep tandloze pterosauriŽrs) zoals Quetzalcoatluswaarvan wordt aangenomen dat hij een spanwijdte heeft gehad van zoín 12 m, maar toch zeer groot. Hoe groot precies is veelal onbekend omdat gewoonlijk slechts fragmenten worden aangetroffen, zodat de reconstructie dus mede moet worden uitgevoerd op basis van vergelijking met materiaal van verwante (maar gewoonlijk andere) soorten.

Zo is onlangs een stukje snavel, dat al sinds 1884 in het universiteitsmuseum van Leicester was opgeslagen (en nu in het Museum voor Natuurlijke Historie in Londen ligt), opnieuw bekeken en geÔdentificeerd als behorend tot de soort ,i>Coloborhynchus capito, die als sinds 1870 bekend is. Het stukje snavel is een relatief klein fragment met een breedte van ruim 5,5 cm en een hoogte van bijna 10 cm. Op basis hiervan wordt een schedelgrootte gereconstrueerd van ruim driekwart meter. De spanwijdte zou 7-7,25 m zijn geweest, ruim viermaal zoveel als de spanwijdte van de grootste recente vliegende vogel, de reuzenalbatros (enkele uitgestorven vogels bereikten spanwijdten tot 6 m).


Reconstructie van Coloborhynchus capito.


Enkele ornithocheiroÔde pterosauriŽrs: de
reusachtige Coloborynchus (links)en Ornithocheirus (rechts) en de kleinere Ahanguera in het midden.


Met zijn enorme spanwijdte was Coloborhynchus een enorm vliegend gevaarte, dat zijn prooi zeker schrik moet hebben aangejaagd. Dat het ging om een jager, blijkt uit de aanwezigheid van een tand met een doorsnede bij de kroon van 13 mm in de snavel; dit is groot voor een pterosauriŽr. De ornithocheiriden waren gespecialiseerd in het vangen van vis; daartoe moeten ze laag en langzaam over het water hebben gevlogen, wat een goede stuurmanskunst en een goed ontwikkeld vliegvermogen vereist. Met hun tanden konden ze een eenmaal gevangen vis goed vasthouden.

De vondst is bijzonder, want er zijn zes of zeven belangrijke groepen pterosauriŽrs met tanden bekend, maar behalve de groep van de ornithocheiriden (waartoe Coloborhynchus behoort) gaat het om veel kleinere dieren waarvan de spanwijdte hooguit 2-3 m bedroeg.


Nog veel groter was Quetzalcoatlus
met zijn spanwijdte van wel 12 m.


De reuzenalbatros (Diomedea exulans)
is de grootste recente vliegende vogel.


Referenties:
  • Martill, D.M. & Unwin, D.M. (in press). The worldís largest toothed pterosaur, NHMUK R481, an incomplete rostrum of Coloborhynchus capito (Seeley, 1870) from the Cambridge Greensand of England. Cretaceous Research, doi:10.1016/j.cretres.2011.09.003.

Reconstructies (door Mark Witton): University of Leicester, Leicester (Groot-BrittanniŽ); foto albatros: Elizabeth Crapo, National Oceanic and Atmospheric Administration (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl