NGV-Geonieuws 186 artikel 1242

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


December 2011, jaargang 13 nr. 12 artikel 1242

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 186! Op de huidige pagina is alleen artikel 1242 te lezen.

<< Vorig artikel: 1241 | Volgend artikel: 1243 >>

1242 Ontwikkeling van inzicht in oorzaak Trias/Jura massa-uitsterving omgekeerd aan die van Krijt/Tertiair massa-uitsterving
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen ! Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Hoewel er steeds meer wetenschappelijke twijfels rijzen over de inslag van een grote meteoriet als hoofdoorzaak voor de massa-uitsterving op de Krijt/Tertiair-grens (zie o.a. Geonieuws 1240), zijn bijna alle niet-deskundigen nog van de ‘oude’ visie overtuigd. Steeds meer lijkt echter de bijdrage van gigantische bazaltuitvloeiingen geaccepteerd te worden. Voor de massa-uitsterving op de Trias/Jura-grens geldt het omgekeerde: die wordt gewoonlijk aan grootschalig vulkanisme geweten, al zijn er onderzoekers die ook een rol opeisen voor de inslag van een meteoriet. Toen dat eerder werd geopperd (zie Geonieuws 274), trok dat echter weinig aandacht. Nu zijn enkele bij dat vroegere onderzoek betrokken onderzoekers, Paul Olsen en Dennis Kent, echter met nieuwe gegevens naar buiten gekomen die wél de aandacht trekken. Zelfs Nature heeft daaraan nu een artikel gewijd.

Volgens Olsen en Kent vond er op de grens tussen Trias en Jura ook een grote inslag plaats, en ook die inslag deed veel van de toenmalige flora en fauna verdwijnen, zij het niet in zo’n desastreuze mate als op de K/T-grens. Toch verdween op de T/J-grens de helft van de diersoorten; van de zeedieren verdween zo’n 20% van alle families, inclusief de conodonten, palingvormige dieren waarvan lang alleen de ‘tanden’ bekend waren en die daardoor - ondanks hun veelvuldig gebruik voor biostratigrafische doeleinden - lang een raadsel bleven. Op land was het percentage uitgestorven dieren zelfs nog groter dan in zee.

De meest aangehangen verklaring voor deze massa-uitsterving is grootschalig vulkanisme. Dat zou samenhangen met het opbreken destijds van het supercontinent Pangea. Het vulkanisme op de Trias/Jura-grens was inderdaad onvoorstelbaar heftig. Tot de meest heftige vulkanische activiteit in de menselijke geschiedenis behoort de uitbarsting in 1783 van de Laki, een vulkaan op IJsland. Het uitgestoten materiaal veroorzaakte wereldwijd een temperatuurdaling, oogsten mislukten en naar schatting kwamen daardoor 6 miljoen mensen om. Toch vloeide toen ‘slechts’ 15 km3 basalt uit. Op de T/J-grens was dat minstens 2 miljoen (!) km3, wat leidde tot een sterke verzuring van de oceanen. Reden genoeg dus voor een massa-uitsterving, maar het vulkanisme duurde enkele honderdduizenden jaren, en de uitstervingen lijken binnen veel kortere tijd te hebben plaatsgevonden. Bovendien is er, net als direct na de K/T-grens, plotseling een enorme toename van de hoeveelheden sporen van varens, de planten die als eerste weer op grote schaal plegen op te duiken na een grote natuurramp. Bovendien treedt die plotselinge piek in de varensporen - althans in de Verenigde Staten van Amerika - op voorafgaand aan de massa-uitsterving op de T/J-grens.


De geografie tijdens het einde van
de Trias en de locatie van de inslagkrater.


Grote rovers zoals Redondavenator(links)
stierven aan het eind van de Trias uit
(tekening Victor O. Leshyk).


Vandaar dat al eerder aan een inslag werd gedekt, maar voor een dergelijke inslag bestonden geen directe aanwijzingen. Vorig jaar werden dergelijke sporen echter gevonden: nabij Rochechouart in het westen van Frankrijk heeft een inslag plaatsgevonden die een krater veroorzaakte van 40-50 km in doorsnede. Deze krater werd eerder (voorlopig) gedateerd als 214 miljoen jaar oud - dus ver voor de T/J-grens, maar nieuwe, nauwkeurige dateringen geven aan dat de inslagkrater 203-199 miljoen jaar geleden werd gevormd, dus gedurende een korte tijdspanne die de T/J-grens (201,4 miljoen jaar) omvat. Op basis van diverse gegevens was al bekend dat die inslag een asteroïde van 2 km doorsnede betrof, die de aarde met een snelheid van 25 km per seconde raakte. Dat moet hebben geleid tot enorme schokgolven, die ook enorme golven en stromingen op zee deden ontstaan.

Van die turbulente toestanden zijn nu de sporen gevonden in gesteenten langs de kust van Wales. De fragmenten in het desbetreffende gesteentepakket vertonen - net overigens als eerders in Groot-Brittannië - een sterk oriëntatie, zoals die door een tsunami veroorzaakt zou kunnen zijn. Het moet een reusachtige tsunami zijn geweest, gezien het feit dat de aardbeving als gevolg van de inslag een 10-100 keer zo grote magnitude moet hebben gehad als welke bekende historische aardbeving dan ook, die vergelijkbaar lijkt met een ontploffing van een miljoen megaton (1.000.000.000.000.000 kg) TNT.

Natuurlijk betekenen deze nieuwe gegevens niet dat de massa-uitsterving op de T/J-grens hoofdzakelijk veroorzaakt werd door de inslag. Maar zoals de oorzaak van de K/T-uitsterving langzamerhand lijkt op te schuiven van een inslag naar een inslag met daarbij een meer of minder grote rol van vulkanisme, zo lijkt ook de T/J-grens te moeten opschuiven, zij het net de andere kant op: van uitsluitend vulkanisme naar een combinatie van vulkanisme en een grote inslag.


Onderzoeker Paul Olsen (foto AP/Jim Ross).

Referenties:
  • Smith, R., 2011. Dark days of the Triassic: lost world. Nature 479, p. 287-289.

Illustraties: Nature.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl