NGV-Geonieuws 186 artikel 1244

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


December 2011, jaargang 13 nr. 12 artikel 1244

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 186! Op de huidige pagina is alleen artikel 1244 te lezen.

<< Vorig artikel: 1243 | Volgend artikel: 1245 >>

1244 Dino sloeg mineralen op in ‘botten’ in de huid
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Sommige dieren, o.a. krokodilachtigen, hebben verhardingen binnenin de huid, die in veel opzichten te vergelijken zijn met holle botten. Deze zogeheten osteodermen (ostis = bot; dermis = huid) zijn ook bekend van sommige sauropoden, de plantenetende dino’s met een zeer lange nek. Tot de sauropoden behoren onder meer de titanosauriërs, de reusachtige kolossen zoals de bekende Apatosaurus (vroeger bekend onder de naam Brontosaurus). Een van de titanosauriërs waarvan nu osteodermen bekend zijn geworden is Rapetosaurus, een geslacht waarvan slechts één soort bekend is (R. krausei). Deze dino leefde gedurende het Laat-Krijt in Madagaskar, waar restanten gevonden zijn in de Maevarano-Formatie.


De grootte van een volwassen Rapetosaurus,
zijn osteoderm en een mens (1,80 m)
ter vegelijking.


De osteoderm van het juveniele
individu (links) en het volwassen
exemplaar (rechts). N.B.: verschillende schalen.


Het milieu waarin Rapetosaurus leefde kende sterk wisselende seizoenen. In combinatie met het semi-aride klimaat wijst dat erop dat er langdurig droge perioden moeten zijn geweest, waarin waarschijnlijk veel dieren omkwamen. Vooral de enorme titanosauriërs moeten het, vanwege gebrek aan voedsel, vaak zwaar te verduren hebben gehad, vooral door een gebrek aan de mineralen die onder meer noodzakelijk waren voor het onderhoud van hun beenderstelsel en voor de vaak grote nesten eieren die ze legden. Vooral aan calcium en fosfor kon daarom gemakkelijk een tekort ontstaan.

Hoe Rapetosaurus dat oploste suggereert onderzoek van een team met zowel geologen en paleontologen als biomedici. Zijn bestudeerden osteodermen die toebehoorden aan een volwassen en een jong (juveniel) individu van deze soort. Van beide dieren werd een gedeeltelijk skelet aangetroffen, evenals een osteoderm. Hoewel volledig ingesloten in de huid, waren dat grote ‘botten’, met een vorm die wat op een rugbybal lijkt. De osteoderm van de volwassen dino had een volume van bijna 10 dm, maar iets meer dan de helft hiervan bestaat uit een holte. Daarentegen was de osteoderm van het juveniele exemplaar kleiner en massief.


Opgraving van een van de skeletten.


Onderzoeksleider Kristi Rogers in het veld.


Door deze osteodermen in dunne plakjes te onderzoeken, ook met een CT-scan, kon inzicht worden verkregen in de ontwikkeling van deze ‘huidbotjes’. Daaruit blijkt dat de osteodermen zich aanvankelijk als massieve voorwerpen ontwikkelen, maar dat later holtes worden gevormd, waarin mineralen - uiteraard in de vorm van chemische verbindingen - worden opgeslagen; zodra de omstandigheden leidden tot een tekort aan mineralen, werd uit de voorraad in de osteoderm geput. Zo konden de - waarschijnlijk jaarlijkse - perioden van grote droogte en voedseltekort (en dus ook gebrek aan mineralen) worden overleefd.


Het skelet van het holotype van
Rapetosaurus krausei

Referenties:
  • Rogers, K.C., D’Emic, M., Rogers, R., Vickarious, M. & Cagan, A., 2011. Sauropod dinosaur osteoderms from the Late Cretaceous of Madagascar. Nature Communications 2, doi:10.1038/ncomms1578.

Foto skelet: Liza Andres. Overige foto’s welwillend ter beschikking gesteld door Kristi Rogers, Geology Department, Macalester Colege, St Paul, MN (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl