NGV-Geonieuws 186 artikel 1247

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


December 2011, jaargang 13 nr. 12 artikel 1247

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 186! Op de huidige pagina is alleen artikel 1247 te lezen.

<< Vorig artikel: 1246 | Volgend artikel: 1248 >>

1247 De eerste wankele schreden
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Vliegende vissen zijn goed bekend, en ook op het land kunnen sommige vissen zich gemakkelijk, soms over aanzienlijke afstanden, verplaatsen: palingen zijn daarvan een goed voorbeeld. Maar er is een vis die letterlijk goed uit de voeten kan, al is zijn ‘lopen’ vooral beperkt tot lopen over de bodem van een waterpartij. Het gaat hierbij om de Afrikaanse longvis (Protopterus annectens), een soort levend fossiel dat veel belangstelling geniet omdat hij inzicht geeft in de manier waarop het land door de dierenwereld werd veroverd.

Die verovering vond zo’n 370-360 miljoen jaar geleden plaats. Tiktaalik rosae (zie Geonieuws 700 en 711) wordt beschouwd als de eerste vis die de overgang van vissen naar op het land levende tetrapoden vertegenwoordigt. Het bijzondere van Tiktaalikis dat de buikvinnen - die al enigszins op voorpoten lijken - een pols- en een ellebooggewricht hebben, waardoor een flexibele manier van voortbewegen mogelijk werd. Maar of Tiktaalik< ook werkelijk op het land kon lopen op die poten is nog niet echt duidelijk: zijn gewicht was daarvoor waarschijnlijk te groot. Dat geldt ook voor Protopterus, maar het grote voordeel van dit dier bij het onderzoek naar de ontwikkeling van het loopvermogen is dat we dit dier werkelijk in actie kunnen zien. En dat is allemaal vastgelegd op video.

Bij sommige vissen ontstonden voorpoten uit de gepaarde buikvinnen (zie Geonieuws 1231) door de wijze waarop de spieren zich ontwikkelden. Hoe het loopvermogen zich ontwikkelde was echter tot nu toe niet erg duidelijk. Die eerste wankele schreden zijn nu op de video-opnames van Protopterus duidelijk te zien: met behulp van zijn buikvinnen (de vinnen waaruit voorpoten ontstonden die leidden tot de evolutie van de tetrapoden uit de vissen) heft hij zich van de bodem omhoog, en beweegt zich waggelend voorwaarts in het water door zijn linker- en rechterbuikvin beurtelings naar voren te verplaatsen. Het opheffen is, ondanks de betrekkelijk kleine buikvinnen, mogelijk vanwege de opwaartse kracht die het water op het dier uitoefent. Door zijn longen met lucht te vullen, wordt het opheffen van zijn lichaam nog gemakkelijker.

Op een zachte bodem laten die buikvinnen bij het lopen een spoor achter. Die sporen lijken soms sterk op de sporen van tetrapoden. Het lijkt de onderzoekers dan ook heel goed mogelijk dat wat eerst voor loopsporen van vroege tetrapoden werden aangezien in werkelijkheid sporen zijn van vissen die op hun buikvinnen ‘liepen’. Dat hieraan nooit eerder is gedacht, komt doordat er - merkwaardig genoeg - nooit eerder serieus werd gekeken naar de wijze waarop de toch bij veel onderzoeken betrokken Protopterus zich werkelijk voortbeweegt.


Het is op een primitieve manier,
maar toch een soort lopen.


Zij-aanzicht van een ‘lopende’
Protoperus annectens.


Referenties:
  • King, H.M., Shubin, N.H., Coates, M.I. & Hale, M.E., 2011. Behavioral evidence for the evolution of walking and bounding before terrestriality in sarcopterygian fishes. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, doi:10.1073/pnas.1118669109, 6 blz.

Foto’s (Yen-Chi Liu): University of Chicago Medical Center, Chicagio, IL (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl