NGV-Geonieuws 188 artikel 1254

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Februari 2012, jaargang 14 nr. 2 artikel 1254

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 188! Op de huidige pagina is alleen artikel 1254 te lezen.

<< Vorig artikel: 1253 | Volgend artikel: 1255 >>

1254 Fossielen van de oudste landplanten gevonden in ArgentiniŽ
Auteur: Dr. Willem M.L. Schuurman

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De oudste met het blote oog zichtbare fossielen van landplanten dateren van 425 miljoen jaar terug. Het zijn onooglijk kleine plantjes uit het Midden Siluur( 428-423 miljoen jaar) van Ierland, Cooksonia geheten. Cooksonia-plantjes hadden vorkvormig vertakte stengeltjes met knopjes aan de uiteinden. In die knopjes zaten de sporen en daarom heten ze sporenkapsels ofwel sporangiŽn. Ongeveer 20 tot 30 miljoen jaar lang waren dit de meest voorkomende planten. Aan het eind van het Vroeg Devoon(398 miljoen jaar)zijn ze uitgestorven.


Cooksonia pertoni, Zuid Wales

Het was echter al langer bekend dat sporen(microfossielen die alleen microscopisch zichtbaar zijn) van levermossen ( Hepaticae) in nog oudere lagen voorkwamen, o.a. in Oman, Saoedi ArabiŽ en TsjechiŽ. Deze sporen zijn van laat Midden Ordovicium (Darriwilien, ( 468-461 miljoen jaar).


Rio Capillas ontsluiting, Sierra Subandinas, ArgentiniŽ


Recente levermossen


Nu echter is er spannend nieuws uit ArgentiniŽ. Een team onderzoekers onder leiding van Claudia Rubinstein van de Paleontologie afdeling van de universiteit van Mendoza, ArgentiniŽ heeft recentelijk nog oudere sporen van levermossen gevonden in sedimenten van de Rio Capillas ontsluitingen in de Sierra Subandinas, Noordwest ArgentiniŽ. Deze ontdekking geeft aan dat de kolonisatie van het land door planten mogelijk al in het vroegste gedeelte van het Midden Ordovicium ( Dapingien, 472-468 miljoen jaar) plaats vond.
De gevonden planten behoren tot de levermossen (Hepaticae), eenvoudige planten die meestal klein zijn en wereldwijd voorkomen. Het aantal recente soorten wordt geschat op 8000-10.000. Als dit inderdaad de oudste landplanten blijken te zijn dan kunnen de levermossen met recht de voorouders van alle landplanten genoemd worden.


Kryptosporen uit Rio Capillas ontsluitingen

Wat is er precies gevonden? In de sedimenten van bovengenoemd gebied werden fossiele sporen aangetroffen die tot tenminste 5 verschillende genera van levermossen gerekend kunnen worden. Sporen van levermossen zijn erg simpel in structuur en worden met de term kryptosporen aangeduid. Volgens het Argentijnse team, bijgestaan door onderzoekers van de universiteit van Luik, BelgiŽ, zijn de gevonden kryptosporen de oudste tot nu toe ontdekte sporen van landplanten. Het feit dat de sporen tot 5 verschillende genera behoren, wijst er volgens de onderzoekers op dat de kolonisatie van het land al eerder heeft plaats gevonden. Hun inschatting is dat de kolonisatie heeft plaats gevonden in het Vroeg Ordovicium (488 Ė 472 miljoen jaar geleden) of zelfs in the Laat Cambrium( (499 Ė 488 miljoen jaar geleden).


De vraagt rijst natuurlijk waarom we geen andere resten van deze landplanten aantreffen. De verklaring hiervoor is vrij simpel: enerzijds hebben levermossen weinig of geen resistente onderdelen waardoor de plant als fossiel bewaard zou kunnen blijven, anderzijds zijn sporen juist uitermate geschikt om te fossiliseren omdat ze een dikke, zeer resistente wand hebben die prima fossiliseert.

Deze nieuwste ontdekking van zeer oude landplant fossielen helpt bij het achterhalen waar de wieg van landplanten heeft gestaan. Alles wijst nu in de richting van Gondwana het oude super continent dat o.a. het huidige Antarctica, Zuid Amerika, Afrika, AustraliŽ
en India omvatte en pas in het Late Jura uitelkaar begon te vallen.

Referenties:
  • C. Rubinstein et al., 2010. Early Middle Ordovician evidence for land plants in Argentina (eastern Gondwana). New Phytologist, Vol.188 (2):365-369.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl