NGV-Geonieuws 193 artikel 1263

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2012, jaargang 14 nr. 8 artikel 1263

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 193! Op de huidige pagina is alleen artikel 1263 te lezen.

<< Vorig artikel: 1262 | Volgend artikel: 1264 >>

1263 Augustus dinomaand (2): ‘Vliegen’plaag voor dino’s
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Een groot lichaam is geen enkele garantie voor een leven zonder vijanden. Zelfs de enorme sauropoden, de plantenetende dino’s met hun lange nek die tientallen tonnen zwaar konden worden, werden geplaagd door andere dieren, waaronder insecten. Sommige van deze insecten waren parasieten die op hun huid leefden (ectoparasieten); er zijn enkele soorten fossiel bekend.


De op een vlieg lijkende ectoparasiet
Pseudopulex jurassicus, ongeveer
10 x zo groot als een hedendaagse vlieg,
voedde zich met bloed van o.a. dino’s.

Twee nieuw beschreven soorten ectoparasiet die het op dino’s gemunt hadden, zijn Pseudopulex jurassicus en Pseudopulex magnus. Deze insecten, die leefden in Binnen-Mongolië, leken enigszins op de huidige vliegen, maar waren tienmaal zo groot. Deze soorten waren relatief breder en platter dan de huidige vliegen, waartoe ze overigens niet behoren: het gaat evenmin om voorouders van de moderne vliegen maar om insecten die behoren tot een groep die inmiddels uitgestorven is. Deze parasieten voedden zich met bloed dat ze ‘prikten’ waar het pantser van dino’s onvoldoende bescherming bood, waarschijnlijk vooral in de zachte onderbuik in ruimtes tussen de schubben. Ze deden dat met een snuit die aangeeft dat ze een prik konden uitdelen die wat betreft effectiviteit te vergelijken moet zijn geweest met moderne injectienaalden. De insecten hadden lange klauwen die groot genoeg waren om de schubben van de dino’s vast te houden, zodat ze een stevig houvast hadden wanneer ze bloed opzogen.

Een interessant aspect is dat alle ‘echte’ moderne vliegen aangepast zijn om zich te voeden met het bloed van warmbloedige gewervelde dieren. Ongeveer 94% van de 2300 bekende soorten vallen zoogdieren aan; de andere soorten doen dat bij vogels. Hoewel geen bewijs, is ook dit weer een aanwijzing dat dino’s waarschijnlijk warmbloedige dieren waren. Omdat de moderne vliegen veel ziektes overbrengen (zoals de builenpest, waaraan zeker in totaal 75 miljoen mensen moeten zijn overleden), lijkt het bovendien waarschijnlijk dat ook deze parasieten dat deden. Ze vormden voor dino’s waarschijnlijk dus een echte plaag.

Referenties:
  • Gao, T.-p., Shih, C.-k., Xu, X., Wang, S., Ren, D., 2012. Mid-Mesozoic flea-like ectoparasites of feathered or haired vertebrates. Current Biology 22, p. 732-735.
  • Poinar Jr, G.O., 2012. The 165-million-year itch. Current Biology 22, p 278-280.

Illustratie: Oregon State University (drawing by Wang Chen).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl