NGV-Geonieuws 193 artikel 1264

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2012, jaargang 14 nr. 8 artikel 1264

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 193! Op de huidige pagina is alleen artikel 1264 te lezen.

<< Vorig artikel: 1263 | Volgend artikel: 1265 >>

1264 Augustus dinomaand (3): Een ongelijk einde voor de dino’s
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Gingen de dino’s allemaal ten onder door ‘de grote klap’ op de Krijt/Tertiair-grens of was er sprake van een geleidelijk verdwijnen? Die vraag zorgt al decennia lang voor verhitte debatten. Waarschijnlijk onnodig, zoals blijkt uit recent onderzoek, want het ziet ernaar uit dat de aanhangers van beide zienswijzen gelijk hebben .


Veranderingen in het aantal verschillen (Y-as)in diverse groepen dino’s tijdens de laatste 12 miljoen jaar van het Krijt (figuur S. Brusatte).

Dino’s vormen een zeer uitgebreide groep, met - zoals ook in veel bijdragen aan Geonieuws duidelijk is gemaakt - sterk uiteenlopende vertegenwoordigers. Wat nu is vastgesteld, is daarom eigenlijk helemaal niet zo verwonderlijk: kennelijk hebben degenen die bij het debat over het uitsterven van de dino’s betrokken waren, zich geen tijd gegund om voldoende gedetailleerde bewijzen te verzamelen of om eens goed over de consequenties van hun ideeën na te denken. Nu blijkt namelijk dat sommige groepen dino’s al lang voor het einde van het Krijt - door wat voor oorzaak dan ook - in verval raakten, terwijl andere groepen tot aan de inslag op de K/T-grens bleven bloeien.

Deze bevinding volgt uit onderzoek naar de mate waarin de lichaamstructuur (morfologie) van soorten binnen de diverse groepen dino’s verschilde. Dit is dus een geheel andere benadering dan tot nu toe, waarbij vrijwel uitsluitend werd gekeken naar het aantal soorten binnen een bepaalde groep. Die laatste aanpak is teveel afhankelijk van goede vindplaatsen voor dino-resten, zoals de Great Plains in Amerika. Daardoor is een vertekend beeld ontstaan.

Veel belangrijker voor de vraag of bepaalde groepen bloeiden of juist niet, is de variatie binnen zo’n groep; hoe meer variatie, hoe groter de kans dat vertegenwoordigers van zo’n groep veranderingen van het leefmilieu kunnen overleven. Dat komt vooral door de grote verschillen in de aard van het benodigde voedsel, maar ook door de vorm en grootte van de diverse soorten.


De grote tyrannosauriërs bleven stabiel
tot de K/T-inslag (figuur J. Brougham).

Uit het onderzoek komt naar voren dat hadrosauriërs en ceratopsiden (twee groepen van grote plantenetende dieren die geen hoge eisen stelden aan de aard van hun voedsel) al 12 miljoen jaar voor de K/T-grens in verval raakten. Zowel kleine herbivoren, zoals de ankylosauriërs en de pachycephalosauriërs, alsook vleesetende dino’s, zoals de grote tyrannosauriërs en de veel kleinere coelurosauriërs, en de enorm grote herbivore sauropoden bleven daarentegen relatief stabiel of vertoonden zelfs een kleine toename van hun biodiversiteit tot de K/T-inslag plaatsvond.

Natuurlijk is de werkelijkheid nog gecompliceerder dan het bovengeschetste beeld: de verandering in biodiversiteit had ook een plaatsgebonden aspect. Zo nam de diversiteit van hadrosauriërs in Noord-Amerika geleidelijk af, terwijl die in Azië zelfs op het einde van het Krijt nog toenam. Hoe dan ook, het beeld van een leefgemeenschap die vrij statisch was tot de inslag op de K/T-grens, blijkt onjuist. Er traden tal van veranderingen op binnen de diverse groepen dino’s, waarschijnlijk vooral ten gevolge van veranderingen in hun leefmilieu door zeespiegelfluctuaties, gebergtevorming en andere grootschalige processen.


De kleine, op een vogel lijkende,Troodon
behoorde tot de coelurosauriërs, een groep
vleeseters die stabiel bleven (figuur J. Brougham).

Referenties:
  • Brusatte, S.L., Butler, R.J., Prieto-Márquez & Norell, M.A., 2012. Dinosaur morphological diversity and the end-Cretaceous extinction. Nature Communications 3 (804), doi:10.138/ncomms1815.

Illustraties: American Museum of Natural History, New York, NY (Verenigde Staten van Amerika).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl