NGV-Geonieuws 193 artikel 1265

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


Augustus 2012, jaargang 14 nr. 8 artikel 1265

Redactie: George Brouwers tot en met artikel 1023 en vanaf 1024 dr.W.M.L.(Willem) Schuurman

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 193! Op de huidige pagina is alleen artikel 1265 te lezen.

<< Vorig artikel: 1264 | Volgend artikel: 1266 >>

1265 Augustus dinomaand (4) Hoe at Diplodocus?
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon, AMU, Poznan

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Diplodocus, een sauropode uit het Jura, was met zijn lengte van meer dan 30 m een van de grootste dieren die ooit op aarde rondliepen. Zijn gewicht bedroeg ongeveer 15.000 kg. Om dat lichaam te laten functioneren, moest hij dagelijks enorme hoeveelheden voedsel verorberen. Volgens schattingen aten de sauropoden dagelijks ca. 5% van hun lichaamsgewicht; voor Diplodocus zou dat dus zo’n 750 kg geweest zijn.


Diplodocus was een sauropode: een reusachtige planteneter met een lange nek.

Hoe deze reusachtige dieren dergelijke grote hoeveelheden plantaardig materiaal aten, is al lange tijd het onderwerp van discussie. En dat geldt in het bijzonder voor Diplodocus, omdat die met zijn lange snuit en zijn spijkervormige tanden - die alleen voor in zijn bek zaten - een manier van eten moet hebben gehad die heel anders was dan bij moderne herbivoren het geval is.

Om uit te zoeken hoe hij at, hebben onderzoekers een 3-dimensionaal beeld opgesteld van een volledige schedel van het dier. Ze deden dat met behulp van een bekende scanning-techniek (computer-aided tomography). Het zo verkregen 3-D beeld werd vervolgens biomechanisch getest op eenzelfde wijze waarop dat met race-auto’s en vliegtuigen gebeurt. Zo kon worden vastgesteld welke krachten en vervormingen er in de schedel moeten zijn optreden bij verschillende wijzen van eten. Bij te grote krachten of vervormingen zou de schedel uiteraard kapot gegaan zijn, dus zo kon worden vastgesteld welke eetwijzen wél en welke niet mogelijk waren.


De tanden van Diplodocus.


De krachten in een Diplodocus-schedel
gedurende bijten.


Uit het onderzoek bleek dat het dier zonder probleem gewoon kon bijten. Op die manier kan hij echter geen grote hoeveelheden planten hebben gegeten. De vorm van zijn tanden maakte het in principe mogelijk dat hij bast van bomen afraspte, maar dit bleek teveel krachten op zijn tanden te veroorzaken, die daardoor zouden zijn afgebroken. De enige (en logische) wijze van eten die biomechanisch goed mogelijk bleek, was dat Diplodocus boomtakken in zijn mond nam en zijn kop vervolgens terugtrok, zodat de takken tussen zijn tanden door naar buiten kwamen, maar de bladeren die aan de takken zaten in zijn mond achterbleven. Min of meer zoals wij een trosje aalbessen tussen onze tanden doorhalen.


Diplodocus haalde takken met bladeren
tussen zijn tanden door (tekening Dmitry Bogdanov).

Referenties:
  • Young, M.T., Rayfield, E.J., Holliday, C.M., Witmer, L.M., Button, D.J., Upchurch, P. & Barrett, P.M., 2012. Cranial biomechanics of Diplodocus (Dinosauria, Sauropoda): hypotheses of feeding behaviour in an extinct megaherbivore. Naturwissenschaften 99, p. 637-643.

Illustraties: University of Bristol, Bristol (Groot-Brittannië).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl