NGV-Geonieuws 11 artikel 132

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2001, jaargang 3 nr. 2 artikel 132

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 11! Op de huidige pagina is alleen artikel 132 te lezen.

<< Vorig artikel: 131 | Volgend artikel: 133 >>

132 Zeeniveau speelde belangrijke rol bij vorming van groot bruinkoolpakket
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Olie, Gas & Mijnbouw !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het Gippsland Bekken in AustraliŽ bevat waarschijnlijk meer bruinkool dan enig ander bekken ter wereld. De bruinkool maakt deel uit van de Eocene Traralgon-Formatie. De huidige schattingen wijzen op de aanwezigheid van zo'n 345 miljard ton bruinkool, waarvan overigens bij de huidige prijs slechts zo'n 10 miljard ton wordt beschouwd als economisch winbaar. De bruinkool bevat weinig minerale bestanddelen en laat dus weinig as achter bij verbranding, maar het zwavelgehalte is betrekkelijk hoog, waardoor toepassing (bijv. voor elektriciteitsopwekking) dure milieumaatregelen vergt. De combinatie van laag asgehalte en hoog zwavelgehalte komt veel voor, en wijst gewoonlijk op een vorming in uitgebreide moerassen die zich in kustgebieden ontwikkelden. Ook in het Gippsland Bekken was dat het geval.




Dat zich zo'n exceptioneel dik plantenpakket kon opbouwen, dat door inkoling inmiddels het stadium van bruinkool heeft bereikt, is te danken aan het samenspel van een aantal factoren. Zo wijzen de determineerbare restanten en de kooltypes op een milieu waarin zich in een kustmoeras een regenwoud (op vrij hoge breedte) had ontwikkeld, en waar zowel de regenval als de temperatuur hoger waren dan momenteel. Dat waren voor plantengroei gunstige omstandigheden. Daarnaast bleef het milieu gunstig doordat de grondwaterstand meesteeg met het zich opbouwende pakket, onder invloed van een stijgende zeespiegel. De stijging van de zeespiegel hing ongetwijfeld samen met de toen stijgende temperatuur, want de maximale accumulatie van het materiaal vond plaats op het klimatologisch hoogtepunt, aan het eind van het Eoceen; in het begin van het daarop volgende Oligoceen daalde de temperatuur weer geleidelijk. In de relatief korte periode van het klimatologisch maximum stapelde zich zoveel plantaardig materiaal op dat daaruit 100 miljard ton bruinkool overbleef na inkoling.

Referenties:
  • Holdgate, G.R., Wallace, M.W., Gallagher, S.J. & Taylor, D., 2000. A review of the traralgon Formation in the Gippsland Basin --- a world class brown coal reserve. International Journal of Coal Geology 45, p. 55-84.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Aarde was gedurende langere perioden geen staafmagneet' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (6 januari 2001).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl