NGV-Geonieuws 11 artikel 133

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2001, jaargang 3 nr. 2 artikel 133

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 11! Op de huidige pagina is alleen artikel 133 te lezen.

<< Vorig artikel: 132 | Volgend artikel: 134 >>

133 Marmergroeve van 'Elgin Marbles' getraceerd
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Archeologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De harmonieuze beelden en vele tientallen meters lange reliŽfs die het Parthenon versierden, beter bekend als de Elgin Marbles, zijn gemaakt van marmer dat een andere herkomst heeft dan het marmer waaruit het Parthenon zelf is opgebouwd. De Elgin Marbles, die tentoongesteld zijn in een speciale hal van het British Museum in Londen, werden in 1806 uit Griekenland naar Londen overgebracht door Thomas Bruce, de zevende Hertog van Elgin. Daarmee werden deze beelden van een vrijwel zekere ondergang gered. Griekenland heeft ze teruggeŽist, maar Engeland wil aan die eis vooralsnog niet tegemoetkomen.

De Elgin Marbles zijn tussen 438 en 432 v.Chr. door Phidias - de beroemdste beeldhouwer uit het klassieke Griekenland - gebeeldhouwd uit een fraaie, witte marmersoort. Groeves waarin dergelijk marmer - een door verhoogde temperatuur en druk deels gerekristalliseerde kalksteen - wordt gevonden, komen op diverse plaatsen rondom het oostelijk deel van de Middellandse Zee voor, en de locatie van de groeves aan de hand van de lithologische eigenschappen van het gerekristalliseerde materiaal is moeilijk. Voor zowel het inzicht in de cultuurhistorische ontwikkeling als de reconstructie van vroegere politieke allianties en handelsroutes is het traceren van de herkomst van objecten echter van groot belang.

Pike heeft, in het kader van een uitgebreid onderzoek naar de herkomst van talrijke marmeren objecten, voortgebouwd op technieken die werden ontwikkeld door Norman Herz, medeoprichter van de Association of Marble and Other Stones Used in Antiquity. Daartoe bepaalde hij onder meer de verhouding tussen de diverse stabiele koolstofisotopen en die tussen de diverse stabiele zuurstofisotopen in het marmer (dat uit calciumcarbonaat bestaat). Omdat de isotopenverhoudingen direct samenhangen met de specifieke geologische processen waaraan een gebied, ook op kleine schaal, onderworpen is geweest, zijn deze verhoudingen voor iedere marmergroeve verschillend.

Door tal van recente en in de oudheid gebruikte groeves te bemonsteren en de isotopeninhoud van het marmer te analyseren, kon Scott van tal van objecten de herkomst van het marmer met een grote mate van zekerheid vaststellen. Zo bleek dat het marmer van de Elgin Marbles afkomstig moet zijn uit een groeve in de Pentelikon, een berg ten noorden van Athene. Hij kon ook vaststellen dat de Elgin marbles van hetzelfde type marmer zijn als waarmee het 'Oude Parthenon' was gebouwd, een bouwwerk dat op dezelfde plaats stond als het huidige Parthenon, maar dat in 480 v.Chr. door de Perzen werd verwoest nog voordat het voltooid was. Het marmer van het huidige Parthenon blijkt een andere isotopensamenstelling te hebben. Volgens Pike komt dat marmer niet uit de omgeving van de Pentelikon, en is het waarschijnlijk zelfs van betrekkelijk grote afstand aangevoerd.

Referenties:
  • Williams, Ph., 2000. First systematic study of Greek quarries may make it possible to locate area where famed Elgin Marbles originated. Persbericht University of Georgia (7-11-2000).

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Marmer van Elgin Marbles afkomstig uit groeve in Pentelikon' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (2 december 2000).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl