NGV-Geonieuws 11 artikel 137

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Juni 2001, jaargang 3 nr. 2 artikel 137

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 11! Op de huidige pagina is alleen artikel 137 te lezen.

<< Vorig artikel: 136 | Volgend artikel: 138 >>

137 Afrika remt af
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Dateringen ! Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Als gevolg van de continentverschuiving neemt de afstand tussen Afrika en Zuid-Amerika voortdurend toe. Dat gebeurt nu echter aanzienlijk langzamer dan in het geologische verleden. Tot die conclusie komt een groep onderzoekers uit Kiel (Duitsland) en Stanford (Verenigde Staten) naar aanleiding van onderzoek van 'hotspots' in het zuidelijke deel van de Atlantische Oceaan.

De zogeheten 'hotspots' zijn te vinden boven plaatsen waar heet materiaal uit de aardmantel opstijgt (mantelpuimen). In veel gevallen is er sprake van onderzeese vulkanen, die soms allang weer hun activiteit hebben verloren (seamounts). Omdat hun positie van ten opzichte van tenminste 1 continent verandert als gevolg van de continentverschuiving, zijn uit de relatieve positie van dergelijke seamounts gegevens te krijgen over het vroegere verloop van de continentverschuiving. Daarbij is uiteraard altijd het probleem dat men moet weten hoe oud een dergelijke seamount is, en hoe hij tijdens zijn actieve periode precies lag ten opzichte van de betrokken continenten.

De onderzoekers hebben radiometrisch (via de verhouding tussen argon-40 en argon-39) de ouderdommen bepaald van gesteenten die ze hebben opgedregd van vijf op een min of meer rechte lijn (290 km) gelegen seamounts in de omgeving van St.-Helena (waar Napoleon zijn laatste dagen sleet), en nabij de seamount Circe. Uit de geologische context concluderen de onderzoekers dat al deze seamounts zich - geologisch gezien - snel vormden: binnen ongeveer een miljoen jaar. Alle vijf seamounts moeten zijn gevormd ten gevolge van dezelfde mantelpluim. Omdat die ongetwijfeld op zijn plaats is gebleven (terwijl de continenten zich verplaatsten) kan uit de huidige positie van de seamounts in combinatie met hun ouderdom worden berekend hoe snel de verwijdering van Afrika plaatsvond. Zo kan worden afgeleid dat Afrika zich gedurende de laatste 19 miljoen jaar met een zeer constante snelheid van 20 1 mm per jaar bewoog. Dat komt zeer goed overeen met andere waarnemingen, onder meer via satellieten. Dit betekent dat deze onderzoekstechniek nauwkeurig genoeg is om - binnen zekere grenzen - de snelheid van continentverschuiving te bepalen.

Die betrouwbaarheid van de onderzoeksmethode is van belang, want bij soortgelijk onderzoek van veel oudere hotspots (bij Tristan en Gough) is gebleken dat Afrika tot 30 miljoen jaar geleden zeker 27 mm per jaar 'afdreef'. Uit deze gegevens valt op te maken dat Afrika tussen 30 en 19 miljoen jaar geleden (maar volgens de onderzoekers in waarschijnlijk veel minder tijd) aanzienlijk snelheid heeft verminderd.

Referenties:
  • O'Connor, J.M., Stoffers, P., Bogaard, P. Van den & McWilliams, M., 2000. First seamount age evidence for significantly slower African plate motion since 19 to 30 Ma. Earth and Planetary Science Letters 171, p. 575-589.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl