NGV-Geonieuws 1 artikel 14

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 1999, jaargang 1 nr. 1 artikel 14

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 1! Op de huidige pagina is alleen artikel 14 te lezen.

<< Vorig artikel: 13 | Volgend artikel: 15 >>

14 Vloedgolf splitste zich op land op in lobben
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Vanwege de catastrofale situatie die optreedt wanneer een vloedgolf een kust bereikt, hebben de getroffen bewoners weinig oog voor de nog steeds niet geheel ontsluierde geheimen van het gedrag dat een vloedgolf vertoont wanneer het een kustgebied overstroomt. Een dergelijke vloedgolf - vaak aangeduid met de term 'tsoenami', is in open wateren vaak nauwelijks merkbaar, maar neemt bij het bereiken van steeds ondieper wordende kustwateren vaak gigantische afmetingen aan. Vooral de Koerillen en Kamchatka worden vaak door dergelijke tsoenami's geteisterd, waarbij tot ver in het binnenland een spoor van vernieling wordt achtergelaten.

Wanneer de natuur (en eventueel de menselijke samenleving) ter plaatse zich weer heeft hersteld, blijft er in het binnenland gewoonlijk nauwelijks een spoor van de overstroming achter. De vloedgolf voert namelijk weliswaar zowel grof als fijn materiaal mee, maar het grove materiaal (zand) blijft in het algemeen vrijwel geheel in de directe omgeving van de kust achter. Dat komt doordat dit zand in de vloedgolf vlak over de bodem wordt meegevoerd, en daar al snel door begroeiing en andere obstakels wordt ingevangen. Het meegevoerde fijnere materiaal (slib, klei) wordt door een tsoenami gewoonlijk wel verder landinwaarts meegevoerd, maar is in het algemeen onvoldoende karakteristiek om te worden teruggevonden; bovendien is het resulterende sliblaagje daarvoor vaak te dun en onvoldoende continu.

Een team van Japanse, Russische en Noorse geologen heeft nu echter wel een 'geologisch spoor' van een tsoenami gevonden, in de vorm van een zandlaagje dat zich in het Ust'-Kamchatsk gebied uitstrekt tot 3 km landinwaarts. Doordat een dun, over dit zandlaagje heenliggend, vulkanisch laagje kon worden gedateerd, kan met zekerheid worden vastgesteld dat het zandlaagje een gevolg is van de grote vloedgolf die Kamchatka in 1923 teisterde.

De vraag waarom in dit speciale geval wl een laagje van gemengd grof en fijn zand achterbleef, konden de onderzoekers beantwoorden aan de hand van beschrijvingen die destijds werden gemaakt van de omstandigheden waaronder de vloedgolf de kust bereikte. Het kustgebied was toen bedekt met een dik sneeuwpakket en de bodem was hard bevroren. De vloedgolf stroomde daarom als het ware over een relatief vlakke bodem, die nauwelijks sediment inving. Door de enorme kracht van de tsoenami kon dus ook het zand ver landinwaarts worden meegevoerd. De karakteristieken van het zandlaagje dat door de vloedgolf werd afgezet, tonen aan dat het water niet als n massa het hele kustgebied overstroomde, maar dat het zich meer landinwaarts - waarschijnlijk onder invloed van oneffenheden van het landoppervlak - splitste in aparte lobben. Deze kwamen nog verder landinwaarts weer samen in een patroon van elkaar opvolgende, kleinere watermassa's. Deze lieten elk hun materiaal achter, zodat een patroon werd gevormd van elkaar overlappende, dunne zandlichamen die samen een zeer uitgestrekte, ononderbroken laag vormen.

Referenties:
  • Minoura, K., Gusiakov, V.G., Kurbatov, A., Takenti, S., Svendsen, J.I., Bondevik, S. & Oda, T., 1996. Tsunami sedimentation associated with the 1923 Kamchatka earthquake. Sedimentary Geology 106, p. 145-154.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl