NGV-Geonieuws 12 artikel 161

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Oktober 2001, jaargang 3 nr. 3 artikel 161

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 12! Op de huidige pagina is alleen artikel 161 te lezen.

<< Vorig artikel: 160 | Volgend artikel: 162 >>

161 Dinoeieren geven beter inzicht in kop van titanosauriŽrs
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Hoe groter een dier is, hoe geringer de kans dat het in zijn geheel fossiliseert: aaseters, waterstromen en tal van andere factoren zorgen er als regel voor dat de lichamen van grote dieren nauwelijks kans krijgen om ongeschonden door sediment bedekt te raken. Dat geldt uiteraard ook voor de grote dinosauriŽrs; er zijn slechts zeer weinig (bijna) complete skeletten bekend. Van de groep van titanosauriŽrs zijn helemaal geen complete skeletten bekend, en slechts enkele min of meer redelijk bewaard gebleven schedels. Hoe die schedels er hebben uitgezien, is nu echter door een bijzondere vondst een stuk duidelijker geworden.

Bij Auca Mahuevo in PatagoniŽ (ArgentiniŽ) is een nest gevonden met eieren van deze soort. De streek is bekend om zijn talrijke vindplaatsen van dino-eieren, waarvan er duizenden zijn gevonden. Ze dateren alle van 89-71 miljoen jaar geleden. De meeste eieren laten weinig detail zien, maar een aantal nu gevonden exemplaren blijken prachtige embryoís te bevatten, met volledige schedels (ter grootte van maximaal vier centimeter). In totaal zijn nu zeven embryo bevattende eieren geborgen. Deze vondst is uitzonderlijk, want in de afgelopen 13 jaar hebben paleontologen embryoís van vijf soorten dinosauriŽrs in eieren aangetroffen, maar daarvan bevatte slechts 1 een ongeschonden schedel.


SAURIňR IN EI NAAR TEKENING J.L.G.ARTS GEBASEERD OP KUNSTWERK VAN MICK ELLISON

Uit de gevonden schedels kunnen gegevens worden gehaald over de embryonale ontwikkeling, en daarmee ook over de evolutionaire ontwikkeling en de verwantschap met andere sauriŽrs. Zo bevestigt de vondst de hypothese dat de oriŽntatie van de hersenholte en de positie van de neusgaten zich onafhankelijk van elkaar hebben ontwikkeld gedurende de evolutie.

Referenties:
  • Chiappe, L.M., Salgado, L. & Coria, R.A., 2001. Embryonic skulls of titanosaur sauropod dinosaurs. Science 293, p. 244-246.
  • Stokstad, E., 2001. Unhatched eggs help dinos get a head. Science 293, p. 2371.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl