NGV-Geonieuws 2 artikel 17

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Maart 1999, jaargang 1 nr. 2 artikel 17

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 2! Op de huidige pagina is alleen artikel 17 te lezen.

<< Vorig artikel: 16 | Volgend artikel: 18 >>

17 De coelacanth bereikte de Comoren vanuit Sulawesi
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Tot de meest bekende 'levende fossielen' behoort de coelacanth (Latimeria chalumnae), een tot de kwastvinnigen behorende vis. Deze vis, waarvan momenteel een prachtig exemplaar is tentoongesteld in het Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis te Leiden, werd beschouwd als reeds tientallen miljoenen jaren uitgestorven.

In 1938 werd echter een exemplaar opgevist bij de Comoren. Onderzoek sindsdien heeft aangetoond dat daar, op een diepte van enkele tientallen tot enkele honderden meters, een gemeenschap van ongeveer 250 exemplaren voorkomt. Vanwege zijn ogenschijnlijk geringe mogelijkheid om grote afstanden af te leggen, en vanwege de uiterst kleine populatie, werd lang gevreesd dat deze soort op afzienbare termijn 'echt' zou uitsterven. De vreugde was daarom groot toen op 30 juli van dit jaar een nieuwe populatie werd ontdekt. Dat gebeurde in de zee ten noorden van Sulawesi (het vroegere Celebes), op zo'n 10.000 km van de Comoren. Direct rees de vraag of het, gezien de grote afstand en de geringe beweeglijkheid van de coelacanth, wel kon gaan om dezelfde soort. Daarnaar wordt nu DNA-onderzoek uitgevoerd, maar de betrokken onderzoekers gaan er op grond van de morfologische kenmerken van uit dat het hooguit om een andere variŽteit gaat, niet om een andere soort.


COELACANTH, HET LEVENDE FOSSIEL

De grote afstand tussen de twee vindplaatsen leek aanvankelijk onverklaarbaar: de gelukkige ontdekkers waren van mening - op basis van het beschikbare materiaal m.b.t. oceaanstromen - dat er geen stromen zijn waarvan de coelacanth gebruik kan hebben gemaakt. Dat maakte het raadsel van deze toch al raadselachtige vis alleen maar groter. Korte tijd later bleek echter dat er wel degelijk zeestromen bestaan waarvan de vis gebruik kan hebben gemaakt. Het gaat daarbij om een ondiepe (tot 400 m) tak van de Mindanao-stroom, die vanuit het noorden van de Stille Oceaan via de Sulawesi-Zee en de Straat van Makassar, de Flores-Zee en de Banda-Zee uitmondt in de Indische Oceaan uitmondt. In de Indische Oceaan kan deze watermassa, die door zijn relatief geringe zoutgehalte nabij het wateroppervlak geconcentreerd blijft, zich met de Zuidequatoriale Stroom verder westwaarts laten meevoeren en zo uiteindelijk ook de Comoren bereikten Dat zou inhouden dat de leefgemeenschap in de Sulawesi-Zee ouder is dan die bij de Comoren. De onderzoeker acht het ook niet uitgesloten dat naspeuringen langs deze 'trekroute' nog meer populaties van de coelacanth zullen opleveren.

Referenties:
  • Erdmann, M.V., Caldwell, R.L. & Moosa, M.K., 1998. Indonesian 'king of the sea' discovered. Nature 395, p.335Forey, P., 1998. A home from home for coelacanths. Nature 395, p. 319-320.
  • Gordon, A.L., 1998. Coelacanth populations may go with the flow.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Levend fossiel dreef van Sulawesi naar de Comoren' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap en Onderwijs' van NRC Handelsblad (31 oktober 1998).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl