NGV-Geonieuws 13 artikel 170

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Januari 2002, jaargang 4 nr. 1 artikel 170

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 13! Op de huidige pagina is alleen artikel 170 te lezen.

<< Vorig artikel: 169 | Volgend artikel: 171 >>

170 Tsoenami bij Papoea Nieuw-Guinea veroorzaakt door onderzeese afglijding
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Structurele geologie, (Plaat)tektoniek & Aardbevingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De noordkust van Papoea Nieuw-Guinea werd op 17 juli 1998 getroffen door een vloedgolf die grote schade aanrichtte. Het was geen gewone tsoenami, want het was geen seismische vloedgolf (de in het Nederlands ook wel gebruikte term voor 'tsoenami'; dat hangt samen met hun ontstaan als gevolg van een aardbeving met het epicentrum in zee). Dergelijke vloedgolven komen rondom de Stille Zuidzee frequent voor als gevolg van de schoksgewijze manier waarop de naar elkaar toe bewegende lithosfeerschollen rond de randen van die oceaan onder elkaar wegschuiven. Omdat tsoenami’s in kustgebieden vaak vele meters hoog worden en tot ver in het binnenland alles kunnen verwoesten, bestaat er een uitgebreid netwerk van posten waarin de aardbevingen in het hele gebied rondom de Stille Zuidzee worden geregistreerd, en die het eventueel optreden van tsoenami’s doorgeven, zodat bedreigde kustgebieden tijdig kunnen worden ontruimd.







HET VERLOOP VAN EEN TSOENAMI

In het geval van de tsoenami op 17 juli 1998 was er echter seismisch wel iets geregistreerd, maar geen duidelijke aardbeving. Over de ontstaanswijze van de vloedgolf liepen de meningen dan ook uiteen. Een team onderzoekers uit Engeland, de Verenigde Staten, Nieuw-Caledonië en Japan heeft nu de ontstaanswijze vastgesteld. Ze deden dat door geofysische waarnemingen van de zeebodem en door het opvissen van monsters met materiaal van de zeebodem met behulp van een op afstand bediend onderzoeksscheepje en een bemande onderzeeër. Ze concentreerden zich daarbij op het zeegebied nabij Sissano, waarvan bekend is dat een van de complexe stukken lithosfeerschollen actief wegschuift, als gevolg waarvan de Nieuw-Guinea Trog zich nog steeds verder ontwikkelt. Door de bewegingen en de topografie ter plaatse zijn twee afzonderlijk bewegende gebieden te onderscheiden, die overigens beide dalen. De grens tussen deze twee gebieden staat bekend als een plaats waar tsoenami’s kunnen worden opgewekt.

De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat de tsoenami niet door een aardbeving is opgewekt, maar door het onderzees afglijden van een enorme massa waterverzadigd materiaal. Het ging daarbij om een hoeveelheid van 5-10 km3, waardoor een enorm, amfitheathervormig 'gat' overbleef in de helling waarvan het materiaal omlaag gleed. Deze conclusie is gebaseerd op de patronen van de vlakken waarlangs het eerder afgezette materiaal als het ware afbrak en begon te schuiven, maar ook op het voorkomen op de zeebodem beneden het ontstane 'gat' van materiaal waarin hoekige brokstukken van het opgebroken, verplaatste materiaal aanwezig zijn. Het afglijden van het materiaal veroorzaakte een seismisch signaal (dat anders is dan dat van een aardbeving), waardoor het tijdstip van de afglijding exact bekend is, en kan worden gekoppeld aan het optreden van de vloedgolf.

Referenties:
  • Tappin, D.R., Watts, P., McMurtry, G.M., Lafoy, Y. & Matsumoto, T., 2001. The Sissano, Papua New Guinea tsunami of July 1998 - offshore evidence on the source mechanism. Marine Geology 175, p. 1-23.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Tsoenami bij Papoea Nieuw-Guinea geen gevolg van aardbeving' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (26 mei 2001).

Afbeeldingen uit: http://observe.arc.nasa.gov/nasa/exhibits/tsunami/tsun_physics.html


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl