NGV-Geonieuws 14 artikel 179

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Februari 2002, jaargang 4 nr. 2 artikel 179

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 14! Op de huidige pagina is alleen artikel 179 te lezen.

<< Vorig artikel: 178 | Volgend artikel: 180 >>

179 Schattingen van zeespiegelstijging waarschijnlijk te hoog
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu ! Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Schattingen van de snelheid waarmee de zeespiegel stijgt, lopen sterk uiteen. Dat alleen al bewijst dat er geen echt harde gegevens zijn waaruit de zeespiegelstijging kan worden afgeleid. Dat de zeespiegel stijgt, leidt overigens geen twijfel, want de gemiddelde jaartemperatuur stijgt over grote delen van de wereld. Dat betekent dat ook het zeewater warmer wordt, wat leidt tot uitzetting van het water en dus tot een stijging van de zeespiegel.

De stijging van de zeespiegel bedreigt vooral de laagvlakkusten. Daar bevinden zich van oudsher de grootste bevolkingsconcentraties. Zeespiegelrijzing heeft daarom grote consequenties voor de samenleving, en tijdige maatregelen zijn dan ook van groot belang. Voor het nemen van praktisch uitvoerbare en kosteneffectieve maatregelen moet men echter eerst weten hoe snel de zeespiegel stijgt, en hoe lang dat al doorgaan. Gaat men immers uit van onrealistische schattingen, dan zullen ook onrealistische maatregelen moeten worden genomen. In Nederland heeft Rijkswaterstaat zich in het recente verleden herhaaldelijk bezondigd aan onheilspellende (en onrealistische) schattingen, daarbij de verdenking op zich ladend vooral uit te zijn op het kweken van een (politieke) stemming die grote werken voor Rijkswaterstaat (in aansluiting op de deltawerken en de dijkverzwaring) binnen bereik brengt.

Omdat de zeespiegel in het algemeen noch glad is, noch (door getijdenwerking) op hetzelfde niveau blijft staan, is het niet eenvoudig om 'het' zeeniveau op een bepaald moment te bepalen. In praktijk kiest men daarom vaak voor het gemiddelde verschil tussen hoog- en laagwater. Door dat niveau gedurende een bepaalde tijd vast te stellen, en ook daarvan weer het gemiddelde te nemen, krijgt men een waarde die vaak als een betrouwbaar gegeven wordt beschouwd. Door dat niveau jaar na jaar - of decennium na decennium - vast te stellen, ontstaat ook een benadering van de zeespiegelrijzing.

Er zijn echter ook andere methoden om de stijging te schatten. Tussen deskundigen - en politici! - vindt veel discussie plaats over de vraag welke schattingen het meest betrouwbaar zijn. Zo is het - door veel wetenschappers vanwege de politieke invloed verfoeide - International Panel on Climate Change (IPCC) in 1999 met een rapport gekomen dat aangeeft dat eerdere schattingen te laag zijn, en dat overheden dus meer maatregelen moeten nemen dan eerder werd aangenomen (tot die maatregelen behoort in Nederland de ecotaks).

Nieuw onderzoek door Franse oceanografen wijst nu echter uit dat de tot nu toe gehanteerde schattingen geen onderschattingen zijn, maar overschattingen. De zeespiegel zou volgens deze onderzoekers dus minder stijgen dan gedacht. Ze komen tot hun bevinding op basis van rekenmatige modellen, en vergelijking van de resultaten daarvan met satellietmetingen. De conclusie van de Fransen is dat de zeespiegelstijging tussen 1993 en 1998 3,2 ( 0,2) mm per jaar was. Dat komt zeer goed overeen met de berekende stijging ten gevolge van de uitzetting van het warmere zeewater in de bovenste 500 m van de oceanen (3,1 0,4 mm per jaar). Voor de periode van 1955 tot 1996 komen de onderzoekers tot een stijging van 0,5 ( 0,05) mm per jaar (gebaseerd op uitzetting van de bovenste 3000 m zeewater), tegenover eerder schattingen van 1,4 ( 0,1 mm) per jaar.

De bevindingen van de Franse onderzoekers komen er in praktijk op neer dat de recente zeespiegelstijging geheel verklaard kan worden door uitzetting van het zeewater. Dat betekent dat er geen extra component bijkomt die veroorzaakt wordt door afsmeltend poolijs. Dat speelt dus kennelijk geen rol van betekenis. Schattingen voor zeespiegelstijgingen in de toekomst zullen daarmee rekening moeten houden.

Referenties:
  • Cabanes, C., Cazenave, A. & Provost, C. le, 2001. Sea level rise during past 40 years determined from satellite and in situ observations. Science 294, p. 840-842.
  • Church, J.A., 2001. How fast are sea levels rising? Science 294, p. 802-803.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl