NGV-Geonieuws 15 artikel 182

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Februari 2002, jaargang 4 nr. 3 artikel 182

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 15! Op de huidige pagina is alleen artikel 182 te lezen.

<< Vorig artikel: 181 | Volgend artikel: 183 >>

182 Nieuw zicht op evolutie door vondst van kreeftachtig diertje
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Biologie & Evolutie ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

De vondst van een zeer oud fossiel waarvan zowel de schaal (van calciumfosfaat) als weke delen prachtig zijn gefossiliseerd, plaatst de soortenexplosie in het dierenrijk veel vroeger in de evolutie. De uitmuntende conservering laat geen twijfel over de aard van het diertje: het behoort tot de phosphatocopide crustaceeŽn (kreeftachtigen). De uitzonderlijke vondst werd door Britse en Duitse onderzoekers gedaan in een steenlaag (Protolenus-kalksteen, in Shropshire, Groot-BrittanniŽ) van zoín 511 miljoen jaar oud. Dat is slechts zoín 22 miljoen jaar na het begin van het Cambrium. In deze geologische periode voltrok zich een plotselinge evolutionaire explosie waarin de daarvoor vrijwel uitsluitend uit weke delen bestaande fauna zich in tal van takken splitste; daarbij ontwikkelden zich ook veel diergroepen met goed fossiliseerbaar skelet (van calciumfosfaat of van calciumcarbonaat). Daarom worden er pas vanaf het Cambrium grote aantallen fossielen gevonden, maar slechts zelden in oudere gesteenten.




Het grote belang van de nieuwe vondst is dat eruit blijkt dat er ruim voor het begin van het Cambrium al een ontwikkeling binnen de Crustacea moet hebben plaatsgevonden. Met die constatering moet opeens veel meer waarde worden toegekend aan de eerder opgestelde (maar door vrijwel alle deskundigen verworpen) hypothese dat er al voor het Cambrium een aanzienlijke diversiteit in het dierlijk leven is geweest. Dat doet dan direct de vraag rijzen waarom er nooit fossielen van die kennelijk al sterk gedifferentieerde vroege fauna zijn gevonden, en waarom alle faunaís die bekend zijn van omstreeks de grens tussen Precambrium en Cambrium zo sterk op elkaar lijken, en waarom daarin geen skeletvormende dieren aanwezig zijn.

Mogelijk deed zich na een eerdere diversificatie onder invloed van de milieu-omstandigheden een ontwikkeling voor waarbij de diverse taxa steeds meer op elkaar gingen lijken, althans voor zover herkenbaar aan gefossiliseerde weke delen. Dat scenario lijkt echter niet erg waarschijnlijk. Een andere mogelijkheid is dat er zich reeds tussen 700 en 500 miljoen jaar geleden een duidelijke diversificatie aftekende (ook DNA-analyse van huidige diergroepen wijst in die richting), maar dat de verschillende diergroepen zich geografisch gescheiden van elkaar ontwikkelden. Omdat er slechts weinig oude gesteenten bewaard zijn gebleven, en omdat bepaalde groepen zich ontwikkelden in milieus die minder geschikt zijn voor fossilisatie, zouden de tot nu toe gedane vondsten een vertekend beeld van het zeer oude leven op aarde geven. Het meest waarschijnlijk is echter toch dat de reeds eerder gediversifieerde fauna pas bij het begin van het Cambrium begon met het maken van skeletten.

Referenties:
  • Fortey, R., 2001. The Cambrian explosion exploded? Science 293, p. 438-439.
  • D.J., Williams, M. & Waloszek, D., 2001. A phosphatocopid crustacean with appendages from the Lower Cambrian. Science 293, p. 479-481.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Fossiele geleedpotige geeft nieuwe kijk op de evolutie' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (11 augustus 2001).

Afbeelding beschikbaar gesteld door D.J. Siveter en tevens met toestemming van Science


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl