NGV-Geonieuws 2 artikel 19

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Maart 1999, jaargang 1 nr. 2 artikel 19

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 2! Op de huidige pagina is alleen artikel 19 te lezen.

<< Vorig artikel: 18 | Volgend artikel: 20 >>

19 ReuzendinosauriŽrs waren zeer snel volwassen
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Dino)sauriers ! Klik hier voor alle artikelen over Paleontologie, Fossielen & Uitstervingen !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

In het algemeen geldt dat een dier sneller volwassen wordt naarmate hij kleiner is. Die regel lijkt echter niet op te gaan voor een van de grootste dieren die ooit heeft geleefd, de Apatosaurus (beter bekend onder de vroeger vaak gebruikte naam Brontosaurus. Deze dinosauriŽr, die ongeveer 150 miljoen jaar geleden in Noord-Amerika leefde, kon ongeveer 30 m groot worden. Er wordt wel verondersteld - maar daarvoor zijn geen harde bewijzen - dat hij enkele honderden jaren oud kon worden.


BRONTOSAURUS

Hoe lang zou een jonge, net uit het ei gekropen, Apatosaurus erover doen om volwassen te worden? Veel paleontologen zijn er altijd vanuit gegaan dat het wel een eeuw zou duren voordat een dergelijk dier - met zijn gewicht van tientallen tonnen - zijn volle wasdom zou hebben bereikt. Maar op een in oktober gehouden bijeenkomst van de Society of Vertebrate Paleontology werd beargumenteerd dat het mogelijk maar zo'n tien jaar zal hebben geduurd. Die nieuwe visie berust op microscopische analyse van botfragmenten van individuen van deze soort die verschillende stadia van groei representeren. Botmateriaal uit de schouderbladen blijkt namelijk regelmatige, concentrische afwisselingen te vertonen in de dichtheid van 'gangetjes' die verondersteld worden samen te hangen met de liggen van aderen tegen het bot aan. Ze lijken precies op soortgelijke structuren die bij bepaalde nog levende diergroepen voorkomen, onder meer bij zeeschildpadden. Daar gaat het om 'jaarringen', en er lijkt geen goede reden om te veronderstellen dat het bij de beenderen van de Apatosaurus anders was.

Het blijkt dat deze dieren vier tot vijf van dergelijke 'jaaringen; vertonen als ze half zo groot zijn als volwassen exemplaren, en dat er bij volwassen dieren 8-11 van dergelijke ringen te vinden zijn. Dat zou er dus op wijzen dat de volledige groei in ca. 10 jaar plaatsvond. Op zich is dat niet uitzonderlijk, want het komt neer op een aangroei van botweefsel met 1 cm per ca. 100 dagen. Dat is dezelfde groeisnelheid als bij eenden, waarbij echter wel moet worden aangetekend dat de apatosauriŽrs die groei wel veel langer volhielden.

Gedurende de discussies over deze bevindingen bleek dat er veel redenen geweest kunnen zijn voor zo'n snelle groei: kleine jongen blijven immers erg kwetsbaar in de voortdurende, dichte nabijheid van een 30-ton zware moeder; en onvolgroeide dieren zijn een gemakkelijke prooi voor carnivoren. Een lange 'jeugd' zou er daarom gemakkelijk toe kunnen leiden dat onvoldoende jongen een leeftijd bereiken waarop ze zich kunnen reproduceren. De snelle groei was dus, in deze visie, een noodzakelijke voorwaarde om de soort in stand te kunnen houden.

Referenties:
  • Stokstad, E., 1998. Young dinos grew up fast. Science 282, p. 603-604.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Jaarringen bewijzen: jonge dino's groeiden als kool' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap en Onderwijs' van NRC Handelsblad (7 november 1998).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl