NGV-Geonieuws 17 artikel 191

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Maart 2002, jaargang 4 nr. 5 artikel 191

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 17! Op de huidige pagina is alleen artikel 191 te lezen.

<< Vorig artikel: 190 | Volgend artikel: 192 >>

191 Meetinstrument ongeschonden na blootstelling aan onderzeese lavastroom
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Vulkanologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Een schat van exclusieve gegevens over onderzees vulkanisme is te danken aan een bijzondere samenloop van omstandigheden: het verlies en de berging van een meetinstrument dat door een lavastroom werd omgeven. Het gaat om een instrument dat was geplaatst op een onderzeese vulkanische rug (de Juan de Fuca-Rug) in de Stille Oceaan. De bedoeling was dat dit instrument, dat in oktober 1997 was geļnstalleerd, elke 15 seconden de druk in de bodem zou registreren, om aan de hand daarvan een reconstructie te kunnen maken van verticale bodembewegingen die samenhangen met vulkanische activiteit. Dat is van belang omdat dergelijke bodembewegingen een naderende uitbarsting kunnen aankondigen. Daarover zijn inmiddels vrij veel gegevens beschikbaar voor zover het vulkanen op het land betreft, maar over onderzeese vulkanische activiteit is nog steeds bitter weinig bekend.

De locatie waar het instrument was geplaatst, werd in augustus 1998 bereikt door een lavastroom na een uitbarsting van de Axial. Tegen alle verwachtingen in kon het instrument in de zomer van 1999 worden geborgen, en het bleek toen in onverwacht goede staat te verkeren. Het was door een snel afgekoeld korstje lava tegen verdere aantasting beschermd. Door die bijzondere omstandigheden was het instrument blijven functioneren, waardoor nu een ongekende schat aan gegevens met betrekking tot duur, aard en snelheid van de lavastroom beschikbaar is gekomen.

De bodembewegingen die samenhangen met de vulkanische uitbarsting, die ongeveer twee uur duurde, blijken volgens drie Amerikaanse onderzoekers uit Oregon zeer gedetailleerd te zijn geregistreerd. In de periode voor de uitbarsting (vanaf 25 januari 1998, 14.55 uur) begon de bodem ter plaatse te stijgen; om 15.16 uur werd dat versneld, waarbij de bodem binnen vijf minuten 1,68 m steeg. In totaal steeg de bodem - af en toe onderbroken door dalingen - ongeveer drie meter, doordat zich steeds meer magma vanuit de diepte naar boven werkte. De bodem zakte echter weer naar ongeveer het oude niveau terug nog voordat de uitbarsting plaatsvond. In de dagen na de uitbarsting zakte de bodem geleidelijk nog eens 1,4 m.

De lavastroom moet als het ware om het meetinstrument heen zijn gestroomd. In het meetinstrument liep de temperatuur tijdens het voorbijkomen van de lavastroom echter niet verder op dan 7,5 °C. Dit betekent dat de lava, die bij zijn vrijkomen uit de krater waarschijnlijk een temperatuur had van ca. 1190 °C, snel afkoelde. Terwijl de lava in het midden van de stroom nog heet genoeg was om te blijven vloeien, moet er al materiaal zijn gestold ter plaatse van de 'bodem', de 'zijkanten' en het 'dak' van de stroom. Zo ontstond er als het ware een tunnel waaruit de nog vloeibare lava wegvloeide. Het instrument bleef in die tunnel achter. Later stortte het 'dak' van de lavatunnel in. Uit dit 'lavapuin' werd het instrument later teruggehaald.

Referenties:
  • Fox, Chr.G., Chadwick, W.W. & Embley, R.W., 2001. Direct observation of a submarine volcanic eruption from a sea-floor instrument caught in a lava flow. Nature 412, p. 727-729.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Door lava ingebed instrument herbergt schat aan gegevens' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (8 september 2001).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl