NGV-Geonieuws 19 artikel 203

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 April 2002, jaargang 4 nr. 7 artikel 203

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 19! Op de huidige pagina is alleen artikel 203 te lezen.

<< Vorig artikel: 202 | Volgend artikel: 204 >>

203 Organisch materiaal in bodem toont industrialisatie
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Het blijkt mogelijk om de industrialisatie van een gebied te reconstrueren op basis van de chemische kenmerken van de bodem ter plaatse. Geologen van de University of Indiana voerden daartoe onderzoek uit aan de hand van boorkernen uit een moerassig gebied, waarbij zij vooral letten op de concentratie, het type en de afmetingen van deeltjes zogeheten antropogeen organisch materiaal, dat wil zeggen organisch materiaal zoals steenkool, steenkoolas en cokes dat in de bodem terecht is gekomen door menselijke activiteit. Tot nu toe werden voor zulk onderzoek vooral metingen gedaan van de concentraties van zware metalen in de bodem, maar dat is een methode die vaak tot discussies leidt omdat lokaal ook van nature hoge concentraties van zware metalen kunnen voorkomen.

Het eerste voorkomen van het antropogeen organisch materiaal valt volgens het onderzoek precies samen met het tijdstip waarop de industrialisatie van het gebied begon. Dat blijkt uit het feit dat tegelijk de concentratie zink, lood en mangaan begint toe te nemen. De verspreiding van deze industrie-gerelateerde elementen naar een vrijwel onbewoond moerasgebied verklaren de onderzoekers doordat deze elementen in de vorm van sulfiden als coatings op door de industrie uitgestoten asdeeltjes met de wind mee werden verspreid. Deze zwavelverbindingen reageerden na hun depositie in het moeras met het daar van nature reeds aanwezige organische materiaal.

BacteriŽn zetten het zwavelhoudende materiaal vervolgens om in het mineraal pyriet (zwavelsulfide). Dat verklaart volgens de onderzoekers het duidelijke verband tussen de hoeveelheid pyriet en de hoeveelheid antropogeen organisch materiaal. Interessant hierbij is dat deze relatie zowel benedenwinds van het industriŽle gebied als bovenwinds werd gevonden, al zijn de concentraties van beide stoffen uiteraard aanzienlijk lager in het gebied waarvandaan de overheersende wind kwam. Ook werd in de diverse richtingen een duidelijke afname van de concentraties sporenelementen en antropogeen organisch materiaal gevonden met toenemende afstand van de bron; daarnaast spelen locale hydrologische parameters (zoals de richting en intensiteit van de stroming van oppervlaktewater en grondwater) hierbij een significante rol. Waar het moeras in het verleden door overstromingen werd getroffen, is bovendien de concentratie van de diverse 'industriŽle, stoffen hoger dan waar dat niet het geval is.

Een en ander betekent dat er een betrouwbare nieuwe methode is gevonden om de mate van industriŽle activiteit vast te stellen, ook al worden nu - door rookgasreiniging - veel minder stoffen uitgestoten dan vroeger het geval is.

Referenties:
  • Mastalerz, M., Souch, C., Filippelli, G.M., Dollar, N.L. & Perkins, S.M., 2001. Anthropogenic organic matter in the Great Marsh of the Indiana Dunes National Lakeshore and its implications. International Journal of Coal Geology 46, p. 157-177.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Industrialisatie blijkt te reconstrueren uit bodemkenmerken' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (27 oktober 2001).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl