NGV-Geonieuws 20 artikel 205

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


1 Mei 2002, jaargang 4 nr. 8 artikel 205

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 20! Op de huidige pagina is alleen artikel 205 te lezen.

<< Vorig artikel: 204 | Volgend artikel: 206 >>

205 Zwaarste stofstorm sinds mensenheugenis
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over het Milieu !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Stofstormen in woestijnen komen veelvuldig voor. Rood stof uit de Sahara bereikt ook ons land regelmatig. Maar soms treden er exceptioneel zware stormen op. Dat gebeurde bijvoorbeeld in april 2001 toen een storm begon in de Gobi-woestijn. Dat is niet uitzonderlijk voor de tijd van het jaar, want elke lente wordt de woestijn bereikt door hevige winden die vanaf het Siberisch Plateau komen, stof opnemen in de woestijnen van MongoliŽ en China, en vervolgens hun weg over de Stille Oceaan nemen om veelal in Amerika nog stof-overlast te veroorzaken. De stofstorm van april was zeker de grootste van de laatste twintig jaar. Volgens atmosferisch chemicus Joseph Prospero (Universiteit van Florida) was het zelfs de zwaarste stofstorm sinds mensenheugenis. Vanuit de Gobi-woestijn verspreidde de storm zich snel over China, Korea en Japan, en binnen een week bereikte een staartje van de storm het noordelijk deel van de Amerikaanse westkust. Daar vond toevallig net een onderzoek naar atmosferische stofdeeltjes plaats in het kader van het Aerosol Characterization Experiment-Asia. Vooral stofdeeltjes uit China en MongoliŽ werden in dat kader onderzocht. Door dit toeval zijn, met behulp van de voor het experiment te land, ter zee en in de lucht ingezette meetapparatuur, de meest gedetailleerde gegevens ooit over een stofstorm ter beschikking gekomen.


STOFSTORM

De voorlopige resultaten van dit onderzoek zijn medio december 2002 bekend gemaakt op een bijeenkomst van de American Geophysical Union in San Francisco. Een van de meest opmerkelijke bevindingen was dat het stof zeer zwaar chemisch verontreinigd was als gevolg van industriŽle lozingen in AziŽ (waarschijnlijk China). Zo waren er veel stofdeeltjes met een huidje van zwavelzuur, en nog fijnere - in de atmosfeer zwevende - deeltjes (aerosolen) met kwik (uit verwarmingsapparatuur) en arsenicum (uit smelterijen). Het stof was ook verontreinigd met materiaal dat was opgewaaid uit een drooggevallen meer uit de buurt van Peking (Beijing).

Het voorkomen van stofstormen met zware chemische verontreiniging is overigens geen onbekend verschijnsel. Thomas Cahill, een atmosferisch chemicus van de Universiteit van California, herinnert in dit verband aan een stofstorm die, ook in 2001, uit Mantsjoerije kwam. Die bevatte zoveel arsenicum dat er in de Amerikaanse staat Nevada, waar een deel van dat stof terecht kwam, nog nooit zoín hoge concentratie van dat giftige element in de atmosfeer was gemeten.

Referenties:
  • Holden, C. (ed.), 2001. The perfect dust storm. Science 294, p. 2469.


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl