NGV-Geonieuws 21 artikel 213

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Mei 2002, jaargang 4 nr. 9 artikel 213

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 21! Op de huidige pagina is alleen artikel 213 te lezen.

<< Vorig artikel: 212 | Volgend artikel: 214 >>

213 Vooral klimaat regelt sedimentatie in Rijn/Maas-systeem
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over (Paleo)Klimaat ! Klik hier voor alle artikelen over Sedimentologie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Gedurende de laatste honderdduizenden jaren blijken de afzettingen van Rijn en Maas in ons kustgebied vooral bepaald te zijn door het klimaat en nauwelijks - zoals tot nu toe vrij algemeen werd aangenomen - door de fluctuaties van het zeeniveau die in dit tijdsinterval zijn opgetreden. Dat blijkt uit het proefschrift dat Jakob Wallinga op 14 december verdedigde aan de Universiteit van Utrecht. Hij kon tot deze conclusie komen door na te gaan hoe oud de sedimenten in de ondergrond zijn die door deze rivieren zijn afgezet.

Wallinga gebruikte voor die datering de methode van optisch gestimuleerde luminescentie. Daarmee kan worden vastgesteld hoe lang geleden bepaalde sedimentkorrels voor het laatst aan zonlicht blootgesteld zijn geweest (na afzetting worden ze begraven onder jongere pakketten en staan ze dus niet langer bloot aan zonlicht; met de luminescentiemethode wordt dus in gebieden waar zich sedimenten opstapelen vastgesteld wanneer een bepaald pakket werd afgezet). Deze dateringsmethode heeft nogal wat haken en ogen, en de resultaten ervan zijn niet altijd even betrouwbaar geacht. Zo is het vaak betwijfeld of korrels die door een rivier worden meegevoerd wel zoveel zonlicht ontvangen dat hun 'luminescentieklok' op nul wordt gesteld.

Een van de verdiensten van Wallinga’s proefschrift is dat hierin wordt aangetoond dat de methode wel degelijk betrouwbaar is. Hij deed dat onder meer door de methode toe te passen op sedimenten waarvan uit historische bronnen de ouderdom bekend was. In andere gevallen vergeleek hij de met luminescentie verkregen resultaten met die van C-14 bepalingen. Omdat de resultaten goed met elkaar overeenstemden, kon Wallinga ervan uit gaan dat zijn methode ook voor oudere sedimenten betrouwbaar was. Die kon hij niet dateren C-14, want die methode is slechts echt betrouwbaar voor ouderdommen tot enkele tienduizenden jaren.

Door de voldoende betrouwbaarheid van zijn methode was Wallinga in staat niveaus in boorkernen te dateren. Door die niveaus uit verschillende boorkernen met elkaar te vergelijken, kon hij vaststellen waar en wanneer de Rijn en Maas afzettingen vormden gedurende de laatste twee ijstijden (Saalien en Weichselien), de warmere tijd (Eemien) daartussen, en de huidige warmere tijd (Holoceen) sinds de laatste ijstijd.

De Rijn en Maas zouden, naar tot nu toe werd aangenomen, in hun hele benedenstrooms gebied gelijktijdig afzettingen vormen. Dat blijkt niet het geval te zijn geweest: de afzettingen variėren van plaats tot plaats. Ook het beeld dat de insnijdingen (die direct samenhangen met de gedurende de ijstijden veel lagere zeespiegelstand) weer gelijktijdig worden opgevuld, blijkt niet correct. Omdat de kustlijn tijdens lage zeespiegelstanden zo ver weg lag (tot ver voorbij de westkust van Engeland), hadden fluctuaties in het zeeniveau dan geen enkele invloed op de rivieren in ons land. Bij een hoge zeespiegelstand, waarbij de kust van Nederland weer aan de Noordzee grensde, was die invloed er wel. Er werden dan ook in de warmere perioden veel sedimenten afgezet, maar die blijken erg gevoelig voor nieuwe temperatuurdalingen. Bij het begin van een nieuwe ijstijd worden ze door de zich dan opnieuw insnijdende rivier weer gemakkelijk geėrodeerd.

Referenties:
  • Wallinga, J., 2001. The Rhine-Meuse system in a new light: optically stimulated luminescence dating and its application to fluvial deposits. Proefschrift Utrecht / Nederlandse Geografische Studies 290, 180 pp.

N.B.: een iets afwijkende versie van dit bericht werd onder de titel 'Sedimentatie in Rijn en Maas vooral bepaald door klimaat' geplaatst in de bijlage 'Wetenschap & Onderwijs' van NRC Handelsblad (5 januari 2002).


Copyright © NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl