NGV-Geonieuws 21 artikel 214

NGV-Geonieuws: elektronisch geologisch tijdschrift


15 Mei 2002, jaargang 4 nr. 9 artikel 214

Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon
Geologisch Instituut, Adam Mickiewicz Universiteit, Poznan (Polen)

Dit artikel is onderdeel van NGV-Geonieuws uitgave 21! Op de huidige pagina is alleen artikel 214 te lezen.

<< Vorig artikel: 213 | Volgend artikel: 215 >>

214 Ook Mars lijdt onder broeikaseffect
Auteur: prof. dr. A.J. (Tom) van Loon

Klik hier voor alle artikelen over Astronomie !     Klik hier om dit artikel af te drukken !

Dankzij de ruimtevaart beschikken we momenteel over een niet meer door mensen alleen te bewerken hoeveel gegevens over Mars. De ongeveer3 terabits aan gegevens (driemaal een miljoen maal een miljoen bits) kunnen alleen nog met computers worden verwerkt. Dat die enorme hoeveelheid gegevens veel verrassende resultaten opleveren, is dus niet eens zo bijzonder. Wel bijzonder is de aard van sommige van die resultaten. Zo lijkt Mars, net als de aarde, een grote klimaatverandering te ondergaan. Dat gebeurt vooral onder invloed van een sterke toename van koolzuurgas (CO2) in de atmosfeer, hetzelfde gas dat door een deel van de wetenschappers en bijna alle politici wordt gezien als een gas dat een belangrijke bijdrage levert aan de opwarming van de aarde via het zogeheten broeikaseffect.


MARS GLOBAL SURVEYOR

We kunnen rustig uitsluiten dat Marsmannetjes door het verstoken van fossiele brandstoffen verantwoordelijk zijn voor de toename van de concentratie koolzuurgas in hun atmosfeer, die overigens zon honderdmaal ijler is dan de onze. Koolzuurgas is veruit de belangrijkste component van de Marsatmosfeer. Het gehalte neemt door verdamping van koolzuursneeuw toe tijdens de lente en zomer op Mars, wanneer het warmer wordt. Bij dalende temperaturen (het is er overigens altijd veel kouder dan op aarde vanwege de veel grotere afstand tot de zon) valt het weer in de vorm van koolzuursneeuw in de poolstreken neer.

Met behulp van apparatuur aan boord van de Mars Global Surveyor hebben onderzoekers de dikte van de koolzuursneeuw op verschillende breedtegraden gemeten. Andere onderzoekers hebben met behulp van andere apparatuur aan boord van hetzelfde ruimtevaartuig de veranderingen op de zuidpool van Mars geregistreerd, waarbij onder meer het terugtrekken van de ijskap in beeld werd gebracht.

Het blijkt dat in warmere perioden veel meer CO2 sublimeert (overgaat uit vaste toestand in gas) dan tot nu toe werd aangenomen. Dat houdt in dat de 'poolijskappen' als het ware steeds verder afsmelten en dat de atmosfeer (voor zover Mars die weet vast te houden) steeds meer koolzuurgas gaat bevatten. Dat koolzuurgas zou op zijn beurt dan weer bijdragen aan verdere opwarming, waardoor de poolkappen nog verder zouden kunnen gaan afsmelten.

Het is niet uit te sluiten dat afsmelting en vorming van koolzuurijs op Mars per jaar sterk verschilt. Waarom dat het geval zou zijn, is onbekend. Daarom lijkt het vooralsnog waarschijnlijker dat ook Mars momenteel een klimaatverandering ondergaat. Dat moet dan met astronomische factoren te maken hebben (bijv. een toename van de hoeveelheid ontvangen zonnewarmte). Als die factoren een dergelijke invloed op Mars hebben, dan moeten ze ook op de dichter bij de zon staande aarde een rol spelen. Dat zou dan in overeenstemming zijn met de opvatting van veel aardwetenschappers dat het huidige broeikaseffect op aarde eerder een gevolg is van natuurlijke ontwikkelingen (zie bijv. Geonieuws 204) dan van menselijke activiteit.

Referenties:
  • Malin, M.C., Caplinger, M.A. & Davis, S.D., 2001. Observational evidence for an active surface reservoir of solid carbon dioxide on Mars. Science 294, p. 2146-2148.
  • Paige, D.A., 2001. Global change on Mars? Science 294, p. 2107-2108.
  • Smith, D.E., Zuber, M.T. & Neumann, G.A., 2001. Seasonal variations of snow depth on Mars. Science 294, p. 2141-2146.

Afbeelding JPL/NASA beschikbaar gesteld door D.A. Page, eerder gepubliceerd in Science.


Copyright NGV 1999-2017
webmaster@geologischevereniging.nl